De leer der Verbonden - pagina 92
82 het Evangelie, en dus de geheele bedeeling des heils dan toch niet wonderbaar, dat dit er in Genesis 3 niet met uitgedrukten name bij staat?" En oppervlakkig bezien heeft dat bezwaar ook werkelijk gewicht;
dijs
de
hano-t,
Wet en
eilieve is liet
een gewicht dat er toch spoedig af gaat, zoodra men even de naderbij beziet. van zaak Bedenk toch wel, dat het spreken van God tot den eersten mensch niet kan geweest zijn een spreken gelijk wij tot onzen naaste spreken. Want stel al God had tot Adam gezegd: „Ik sluit met u een verhond'', wat zou dit voor Adam anders dan een zinlooze klank geweest zoolang hij nog nooit van een verbond had gehoord, niet wist zijn, wat een verbond was, en zich dus geen het minste denkbeeld kon vormen van wat hij onder dat woord had te verstaan? Later bij Noach en Abraham, toen de menschen in hun nooden en twisten in de onderlinge saamleving tot verbondssluiting genoopt waren, toen ja,
maar
begon de Heere in zijn openbaring ook het woord Verhond te bezigen. Zie Gen. 9:9. Maar oorspronkelijk kon dit niet. De menschen misten de gegevens om alzoo toegesproken te worden. En een der uitnemendste bewijzen voor de echtheid van heel het paradijs- verhaal dat de taal, de woorden, de termen, waarmee ligt dan ook daarin, God tot den mensch spreekt, bijna geheel het afgetrokkene mijden en schier uitsluitend aan het concrete paradijs-leven ontleend zijn. Stel dus al eens: we vonden in Genesis 3 met name van een verbond gewag gemaakt, dan zou dit nog niet de minste waarde hebben, daar we dan toch met zekerheid zouden weten, dat deze uitdrukking er eerst in later tijd in was gelascht. Gelijk een betere toelichting van de „geschiedenis der Openbaring" leeren zal, is Gods weg altijd deze, dat Hij eerst de aankondiging der zaak geeft in vormen ontleend aan wat reeds bestaat; dan den mensch van lieverlee aan de nieuw bedoelde zaak went; en eerst daarna in een enkel woord de nieuw geopenbaarde zaak saam vat. Niet gezocht, maar geheel in overeenstemming met den gewonen gang der Openbaring zal het dus zijn, indien we het ook hier alzóo bevinden, dat eerst de aankondiging van het verbond geschiedt in vormen ontleend aan het reeds bestaande; dat aldué het verbond tot een macht in 's menschen leven wordt gemaakt; en dat daarna eerst de naam zelf van een verbond aan den dag komt. En zoo nu vinden we het ook metterdaad. Vooreerst toch blijkt uit het paradijs- verhaal ten allerduidelijkste, dat er een bijzondere, opzettelijke wederzij dsche verklaring tusschen God en zijn eersten mensch heeft plaats gehad. Dit zien we aan het proefgebod. Wel kan men toch volhouden en stemmen ook wij toe, dat de kennisse van de zedewet den eersten mensch in de tafelen van zijn hart stond gegrift, zoodat, indien hem geen ander gebod gegeven ware, alles zich nog uitnemend wel zonder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's