Honig uit den rotssteen - pagina 317
l
303 zonden ook toedekt, ze liggen er toch onder. Alle onder. Op naar ge ze gezondigd hebt. En al wat God de Heere te af, doen heeft om ze weer voor u te brengen, is maar dat Hij in een of eenzaam oogenblik, of oogenblik van diepe smart en rouw, stil dien sluier even oplicht, .... dan ziet ge weer alles. Al uw zonde. Wat weggedreven scheen. God heeft het gezocht. Zelfs dient er bijgevoegd, dat meer dan één in zijn stervensure dien En dat was dan zijn verschrikking. Zóó sluier geheel zag opheffen. angstverwekkend, dat de worm die knaagt en nooit sterft, haast niet anders behoeft te zijn, dan dat eeuwiglijk gezet worden in de schriklijke aanschouwing van onze eigen verdorvenheid. leden
de
rij
benauwe u
Toch daarom
zijn
anderen
zin.
De Heere uw weggedreven zonden
die gedachte niet.
van
zoeken
is
Ontfermer.
heeft ook
En
nog een
ook onder de kinderen der menschen, die niet pas bij maar midden in hun jaren, zulk een schriklijk oogenblik doorleven, dat ze al hun zonden te zien krijgen. Dan slaat hun het koude doodzweet de ziel uit. ze komen om Ze worden verschrikt ze worden bang voor zich zelf. Want ze krijgen hun zonde ook te zien, als verachtelijke intriges tegen den levenden God. En dat is dan ook de Heere, die het deed. De Heere die wist, dat die aanblik werken zou, en die daarom al de weggedreven zonde saam zocht, en ze in het licht van zijn wet
Er
hun
zijn
er
sterven,
;
hun aangezicht
voor tot
berouw
en
;
stelde,
boete
Ie
om hun de ziel te verbrijzelen; om ze om ze te doen vluchten naar het
brengen;
kruis.
Dat was de redding van die ziel. Een ziel in wie God de Heere dat vreeselijke en toch zoo heerlijke werken doet, die stierf duizend dooden, maar vond dan ook een eeuwig leven. Zulk een ziel was groot, stond hoog, maar is nu o zoo klein, o, zoo nederig geworden, weer kind, ja wezenlijk kind, en daarom zalig, dat het roepen mag Abha Vader Want zie, ook bij dezulken gaat God de Heere nog altoos met zijn werk door, om „het weggedrevene te zoeken." Ook die weggedreven zonden.
Maar nu
meer
verschrikking, neen, maar ter begenadiging. de Heere die „weggedrevene zonden" en laat ze niet in dien stroom, maar bindt ze saam in een bundel, en verre van u stuwt ze uit en weg en werpt ze dat niemand, dat niet
ter
Want dan neemt God ;
;
geen Satan ze meer vinden kan in de diepte der En of er dan niets van die zonden overblijft? ;
;
zee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's