De leer der Verbonden - pagina 186
176 eenvoudig omdat de raad Gods een verborgen raad is, of, gelijk onze zeiden, een „inhlijvende daad Gods"; en gij de macht mist om het zegel van het Boek des levens te ontsluiten. De ervaring heeft dan ook geleerd, wat er van komt, als men desniettemin dat pad inslaat. Men wil dan steeds indeelen en splitsen naar de uitverkiezing, en spant zich daarom in, om het zegel te openen; maar men vordert niet; het zegel laat zich niet ontsluiten; en zoo blijft alle prediking, alle gesprek, alle oefening der godsvrucht zich altijd doelloos om die pijnlijke benauwende vraag bewegen, hoe we de kennisse der uitverkiezing kunnen te weten komen; nu niet voor de eigen want dat is kostelijk, neen maar generaal, voor de lieden om ziel, Vandaar dat zulk een geestelijke kring met volkomen ons heen machteloosheid is geslagen; van de kerk afsterft; de broederen varen laat; van de openbaring der rijkere krachten verstoken blijft; en ook persoonlijk een kommervol geestelijk bestaan voor God in het verborgene blijft leiden, o. Men zegt zoo vaak dat een dogma er niet op aankomt; maar als men eens wist, wat een kleine afwijking van de rechte paden een kanker over het leven van Gods kinderen, een benauwing over hun ziel kan brengen, en soms de kostelijkste knopEn pen, die op het opengaan stonden, doet verwelken en wegrotten zulke benauwden van ziel bespot men dan nog. Wreede kerk! liefdelooze hoogvliegers! Goddank dat er nog een Ontfermer daarboven is, die zich ook over het wormpje Jacobs ontfermt! Met de „uitverkiezing" komen we er dus evenmin als met de „bekeering". Noch de middelste noch de eerste schalm noch eenige schalm in de gouden keten des heils kan ons hier verder brengen. En dat wel om een licht te bevroeden oorzaak Die oorzaak is namelijk deze: Overal waar we de schalmen der gouden keten nemen, hebben we met een zuiver onvermengd werk te doen, en wat we om ons heen op aarde vinden zijn juist vermengde
ouden
!
toestanden.
Het
geestelijk
werk
is
er of het is er niet;
en,
waar het
is,
ligt
het vlak afgesneden voor Gods heilig, aldoordringend oog. Konden wij dus in Gods stoel gaan zitten en de dingen zien zooals
God
ze ziet,
voor
ziel,
er geen moeilijkheid. Het ware dan, bij ziel afgesnedene zaak, onveranderlijk en «onherroe-
dan bestond
een
besliste,
pelijk.
Maar
dat
kunnen
wij
niet.
We
zitten niet in
Gods
stoel,
maar
als
nederige creaturcD kruipen we aan de voetbank zijner voeten. Wij zien dus een zaak niet in haar eeuwige beslistheid, in haar volstrekte maar integendeel in elk harer weifelingen, in haar afgesnedenheid gestadige overgangen, in haar rustelooze vermenging, in haar wording, wasdom en vergaan. De vraag, waar het voor ons in dit leven op aankomt, is dus, om tot zulk een indeeling, een splitsing te geraken, die met dien feitelijk ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's