Practijk der godzaligheid - pagina 157
149
Aan de eenvoudigheid van ziele ontbreekt bet ons; dit gemis aan eenvoudigheid wrikt de oprechtheid in ons los; en zoo komen we in scheeve verhouding te staan tot Godes waarheid^ ja, tot den levenden God zelf. En ziehier
nu, hoe dit geestelijke euvel rechtstreeks den kerkelijken
bedorven en vergiftigd. ware verhouding tegenover den levenden God, indien ge oprecht en in de eenvoudigheid Christi zult staan, is dat ge u zelf in den dood werpt en belijdt dat God alleen leeft. Dat derhalve Hem, en Hem alleen alle lof toekomt. En dat uit dien hoofde het motief voor wat ge doet en ijvert nooit in u of in uw wenschen mag liggen, maar altijd en onvoorwaardelijk moet liggen in den Heer e, in den strijd heeft
Üw
Heilige Israëls alleen. Zoolang ge dus naar beteren kerkstaat jaagt en dringt, omdat het puin van den tegenwoordigen toestand u tegenstaat, u ongelegen komt, uw ideaal niet verwezenlijkt, en niet bevredigt wat gij u als behoefte voor u zelven en uw gezin voorstelt, dan loopt ge mis, werkt ge niet uit de heiligste motieven en moet ge ijveren buiten het geloof.
Want als uw pogen dan niet lukt en uw toeleg niet slaagt, dan mort ge eigenlijk, dat u het noodige, het rechtmatige, het voor u onmisbare onthouden werd; en wordt ge in uw diepgezonken toestand óf al ongelukkiger, óf wat nog erger is slaat ge ten leste om in volkomen onverschilligheid, onaandoenlijkheid, en trekt u, als zoo menig Protestantsch kluizenaar, in de kluis uwer eigen woning terug. Maar vat ge eenmaal het ware standpunt, en ziet ge in Het motief voor mijn ijveren in Christus' heilige kerk mag niet in mij, maar moet in Gods eere liggen, dan, dan ja, ontluikt opeens voor uw ziel het wondere geheimnis, de stille aantrekkelijkheid der gehoorzaamheid. Uw standpunt is dan niet meer: „Het moet anders in die kerk worden, want ik^ zuivere belijder, kan het er niet meer in uithouden !" maar heel anders: „Ik mag niet stilzitten, want ik sta in dienst van God, en de Heere beveelt mij tegen het kwaad, tegen de leugen, tegen de ontheiliging van zijn huis, rusteloos en niets sparend te strijden." :
Of die strijd reeds terstond Want immers gij staat dan
dan niets toe. meer hoog, als de man die op een model-kerk recht en aanspraak hadt, maar zijt dan afgeklommen van
uw Uw
resultaten oplevert, doet er
niet
hoogte tot de nederige en ootmoedige belijdenis, dat gij zelf door zonde die kerk hielpt verwoesten, en dat het dus niets dan genade is, al hetgeen nog door die kerk u van uw God ten goede komt. Al moet dus tot uw dood toe de ellende voortduren, ja, nog verergeren, dit zou u dan geen oogenblik tot gemor of wrevel brengen, maar in stille berusting als rechtvaardige vergelding Gods over u komen, ja, onder dien jammer zoudt ge nog kunnen danken voor hetgeen nu en dan u toch nog ten deel viel als verbeurde gifte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's