Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 227

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 227

3 minuten leestijd

217

Dat verschil van meening nu beheerscht Jezus* laatst vaarwel aan zijn jongeren.

ook de verklaring van

Zoekt men het in den mensch, dan ligt de toebrenging der volkeren tot Jezus natuurlijk daarin, dat zij iets doen, dat zij iets op zich nemen, dat zij iets beloven, en iets van het hunne brengen aan den Heere. De Doop in verband met den Drieëenigen God kan op dat standpunt geen andere beteekenis hebben, dan dat de doopeling op zich neemt, den naam van dien God te belijden, dien naam te eer en, dien naam te prediken en door zijn daad groot te maken den „naam van Vader, Zoon en Geest." De doop komt dan hierop neer, dat men gedoopt wordt tot de belijdenis van dezen naam, en het is de zucht om deze beteekenis te handhaven, die tot de ongerijmde vertaling van „tot" onze nieuwmodisch- Schriftgel eerden heeft verleid. De fout op hun standpunt bestaat slechts daarin, dat ze niet inzagen, hoe bij deze uitlegging de eenige zuiver Hollandsche en verstaanbare vertaling ware geweest: ,,tot de belijdenis van den naam" en dat wie met „tot den naam'* genoegen neemt, niet weet wat vertalen is. Zij die deze vertaling bestrijden, doen dit dus, omdat het daarin uitgedrukt godsdienstig standpunt hun door en door onwaar, onchrisEr was, zoo gaf men voor, slechts telijk en onschriftuurlijk dunkt. een onbeduidende nietigheid in het spel. Voor u wellicht, o, wijzen onzer eeuw maar niet voor de Gemeente van Jezus Christus, die lont rook bij uw zonderling drijven en maar al te spoedig het gevaar speurde, waaraan het wezen van haar geloof werd blootgesteld. Het beginsel van den godsdienst uit den mensch, van den mensch tot God gaande, is het standpunt der heidenwereld, dat door de Schrift, het standpunt van het valsch Israëlitisme, dat door het Christendom, het standpunt van het onweergeboren hart, dat door al Gods kinderen als „ijdele vermoeienis des geestes," als de Tantalusarbeid van den zondaar, afgekeurd en veroordeeld wordt. Of wat meent ge? Is het dan niet de hooge levenspsalm die ruischt door alle bladen der Schrif!

tuur,

dat

niet

van den mensch

tot

God,

maar omgekeerd van God

Ligt is neergedaald? verkwikking en het zalige van Jezus' verschijning saamgevat als in een enkel brandpunt, dat het „gebod op gebod en regel op regel" en de eindelooze geestesvermoeienis van het Farizeïsme, in haar onvruchtbaarheid veroordeeld wordt door Hem, die uit den hemel komt, van boven ons de kracht, van boven 't heil brengt, en niet wachtte tot wij Hem zochten, maar tot ons kwam, al ontving Hem ons geslacht met een kreet van bloeddorst en een roepen van: „Neem weg! Neem weg!?" En evenzoo, wat spelt de historie der Kerk van Christus anders, dan dat ze in haar beste tijden geen dwaling zoo welbewust, zoo hardnekkig heeft teruggedrongen, als het pogen van Pelagius en Arminius, die het vrije en souvereine van Gods genade verkorten wilden, om den weg weer te tot

niet

den

mensch het

daarin

juist

de

heil,

het licht,

het leven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 227

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's