De leer der Verbonden - pagina 56
46
Verbond oprichten tusschen Mij en tusschen u en tusschen uwen zade na u in hunne geslachten, tot een eeuwig Verbond. Noch over de zaak zelve noch over haar verklaring kan dus verschil van meening bestaan. Beide staan vast, én dat Gods Verbond in den Verbondspersoon tevens heel zijn geslacht bedoelt en omvat en insluit; én dat dit insluiten bij het Verbond van heel het geslacht een noodzakelijk vereischte is, om een eeuwig Verbond mogelijk te
maken.
Toch is hiermee nog niet alles gezegd. Immers de noodzakelijkheid om bij een Verbond „heel het geslacht in te sluiten", ligt ook in de ordinantie die God voor 's menschen oorsprong gegeven
heeft.
de Heere, om „dit insluiten van heel het Verbond" aan te duiden, de uitdrukking: „en uwen zadey Niet „met u en uw nakomelingen'' ook niet „met u en uw afstammelingen'''^ ; noch ook „met u en uw familie'' \' neen, maar bijna vast: „met u en uwen zade na u." Dit spreekt. Immers de schepping leert ons dat het God den Heere beliefd heeft, het kruid der aarde te scheppen „zaadzaaiende", geboomte te scheppen met „zaadzaaiende Bijna
geslacht
altijd
in
gebruikt
het
•
boomvrucht", de dieren des velds alzoo te scheppen, dat ze uit elkander vermenigvuldigen, en zoo ook over den mensch te verordineeren, dat er een „zaad van menschen" zou zijn (Dan. 3 43), waardoor de ééne mensch uit den anderen zou geboren worden. Hierin nu ligt de organische levenssamenhang van ons menschelijk geslacht, in zijn onderscheidende type. Wat wij organisch verband noemen, heet in de Schrift veel teekenachtiger: „in de lendenen zijn." „Hij was nog in de lendenen zijns vaders", heet het in Hebreen 7 10. Dit wil dus zeggen, dat de eenheid, de saambinding, de gemeenschappelijkheid van de menschen onderling, zóó machtig, zóó sterk is, dat ze metterdaad saam één geheel, één geslacht, één stam uitmaken, en niets zijn dan onderscheidene bladeren en bloesems, die aan de verschillende twijgjes en takjes van dien éénen stam der menschheid vastzitten. In Adam school alles. In zijn lendenen was het zaad van alle mensch. Alle menschelijke geboorte is dus niets anders dan een naar buiten treden van wat in Adams lendenen verborgen lag, altijd onder de scheppende inwerking Gods. En overmits nu deze ordinantie Gods juist ligt in het geboren worden van den éénen mensch uit het zaad van den voorafgaanden, zoo is het strikt juist en beteekenisvol uitgedrukt wanneer de Schrift bij de Verbondssluiting steeds gewaagt van „u en uwen zade.'' Want zie, of wij menschen ons al inbeelden, elk op een eigen spil te draaien en elk op een eigen wortel te groeien, die inbeelding stoot de werkelijkheid der dingen nog niet omver, en die werkelijk:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's