Nadere verklaring - pagina 9
7 ontvangst
kleeding
en
politiek,
deze
genoemd Comité
zorgen,
te
nationale
daad
te
scheen het eisch van goede eeren.
En
dit te
meer, daar
op 15 September tot den Minister van Buitenlandsche Zaken gewend had, met verzoek om hulp van Regeeringsvi^ege, een verzoek waarop deze Minister bij schrijven van 16 September tot zijn leedwezen afwijzend had moeten beschikken. Nu alzoo de heer Rud. Lehmann bleek gedaan te hebben, wat de Regeering zoo gaarne had willen doen, maar niet kon doen, hechtte zij van zelf aan deze daad te hooger beteekenis. Vergelijkt men toch het motief voor alle overige op 31 Aug. 1903 verleende decoratiën met de beweegredenen voor deze onderscheiding, dan zou het moeielijk vallen, er vele te vinden, die zich
reeds
beter verdiend en daardoor in strikter zin gerechtvaardigd waren.
Eenparig
heeft
voordracht
de
hiertoe
geheele
Ministerraad
zich
dan ook met de
vereenigd, en werd alleen door den Minister
van Buitenlandsche Zaken opgemerkt, dat aan een Consul-generaal niet de ridderorde, maar het officierskruis van Oranje-Nassau bete vallen. Aan de in dier voege gewijzigde voordracht M. de Koningin toen Hare hooge goedkeuring. De verrichte daad viel nog te hooger te waardeeren omdat de heer Rud. Lehmann uitdrukkelijk aan het Comité verzocht had, naam als gever geheim te houden. De gerepatrieerden zijn wisten dan ook zelve niet wie hun weldoener was, en bij de feestelijke ontvangst in Caledonia verzocht daarom éen hunner in aller naam, of het Comité aan hun „onbekenden redder" aller dank wilde overbrengen. De vraag, of vooraf bij den Commissaris der Koningin in Noord-Holland informatiën naar hem waren ingewonnen, verraadt onbekendheid met de diplomatieke usantien. Naar een bij de Regeering nog te accrediteeren Consul-generaal wordt, zoo hij Nederlander is, geïnformeerd vóór het verleenen van de Exequatuur. Van dat oogenblik af daarentegen staat de geaccrediteerde met de Re-
hoorde
beurt
te
verleende
H.
geering in
rechtstreeksche betrekking, en kan van nadere infor-
matiën geen sprake meer
zijn
;
evenmin
als
de Regeering, zoo
een Kamerlid zal voordragen, nog nadere informatiën inwint.
zij
De
Regeering vraagt informatie over een onbekende, niet over iemand
met wie
zij
zelve in voortdurende betrekking staat. Tijdens de
bij
ingewonnen informatiën nu was door den Commissaris van Noord-Holland bericht, dat „noch bij hem, noch bij den Burgemeester van Amsterdam bedenking bestond tegen de benoeming van den heer Rud. Lehmann als Consulgeneraal van Griekenland, te Amsterdam." Toen bij Kon. Besluit van 1 Mei 1909, No. 29 dezelfde heer Lehmann benoemd is tot eerelid van
zijn aanstelling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's