Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nadere verklaring - pagina 10

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nadere verklaring - pagina 10

2 minuten leestijd

8 de Vereeniging het Ned. Roode Kruis, informatie naar

is

dan ook evenmin nadere

hem ingewonnen.

Bij een geaccrediteerd persoon ware dit een ongerijmdheid. Dat de voordracht van den Minister van Buitenlandsche Zaken had behooren uit te gaan, is eene bewering, die evenzoo slechts uit onbekendheid met de bestaande usantien kon opkomen. De

voordracht

behoort van

iemand

zijn qualiteit

Buitenlandsche Zaken uit te gaan, zoo van Gezant of Consul-generaal gedecoreerd wordt. Hiervan echter was hier geen sprake. Het was niet de Grieksche ambtenaar, maar de Nederlandsche onderdaan Rud. in

Lehmann,

een Nederlandsch belang bevorderd had. Ook de van dezen zelfden heer Lehmann tot eerelid van het Kruis is uit dien hoofde niet van Buitenlandsche Zaken die

voordracht

Roode

uitgegaan, maar van Oorlog en Marine.

Geheel afgescheiden van het dusver besprokene is de verstrekking door den heer Rudolf Lehmann in 1904, 1905, 1907 en 1909 van een bijdrage aan het Centraal Comité van Anti-Revolutionaire Kiesvereenigingen. Dit toch

een zaak, die het publiek ganschelijk

is

kon worden aangetoond, dat deze verstrekking geschiedde als kwijting van eene voor of bij de decoratie gedane belofte of aangegane verbintenis. Voor het overige is elk Nederniet aangaat, tenzij

landsch kiezer zijn

zich aan te sluiten

bij

de politieke

partij, die

voorliefde heeft, en haar geldelijk te steunen, zooals

Wat nu de

goeddunkt.

op

vrij

16

zingen

Mei in

1904,

dat jaar,

bij

heer het

Lehmann bewoog, om voor naderen van

genoemde

partij te

hem

dit

het eerst

de provinciale verkie-

steunen, was, gelijk

bij

meer

anderen destijds en zoo ook bij hem het geval bleek te zijn, de groote staking, die het jaar te voren heel het land in rep en roer had gebracht en de wijze waarop de Regeering er te

stuiten.

Hij

schreef

dan

ook,

in

geslaagd was deze beweging dat

Anti-revolutionaire

partij

wenschte

hij

zich

voortaan

bij

voegen en het steunen van het aanzijnde bewind zoozeer in het belang van land en volk achtte, dat hij verzocht, dat men ook zijn bijdrage mocht willen aanvaarden. Hij zond deze bijdrage niet aan den Minister, wat geen zin zou gehad hebben, maar aan den Voorzitter v/h Centraal-Comité, en dat wel niet door de in het V.V. genoemde juffrouw, maar rechtstreeks per aangeteekenden brief. Ook als Minister toch was ik Voorzitter van dat Comité gebleven, en zond eerst op 4 September 1904 als zoodanig mijn ontslag in, dat eerst op 5 Januari 1905 kon behandeld worden. Vandaar dat niet alleen de heer Lehmann, maar ook allerlei andere heeren, mij in deze qualiteit destijds hun bijdrage lieten toekomen. Ze zonden de

te

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's

Nadere verklaring - pagina 10

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's