Het heil in ons - pagina 36
26 voor
Hem,
zijn genade alleen aan nederigen schenkt. deze uitwendige bekeering geen mijlpaal op den weg des heils, geen schakel in Gods voorbereidende genade kan zijn? Immers, eer het tegendeel. Ook de Christus, ook het Evangelie, het^ heilige, is, zoo men wil, gevaarlijk. De Christus is ten val of al ter opstanding. Hij is een rotssteen met scherpe kanten, waarop zich het hoofd verplettert wie er zich niet aan opbeurt. Eeuke ten leven,
dichtsluit
Maar
volgt
hieruit,
die
dat
maar ... of reuke ten doode is het Evangelie. Oordeel of zaligheid brengt al het heilige Gods. Dit nu geldt ook van deze oneigenlijke, nog gebrekkige, bloot uitwendige bekeering. Ook zij is niet gewrocht van eigen macht, maar genadegave, gave van bewarende genade, om aan de schrikkelijke uitbarstingen in zonde een einde te maken, zijn naam tot eer. Het is het dichtstoppen van de vensters en deuren, of de brand in het huis nog kon verstikt worden. Natuurlijk, dat stikt het vuur der zonde niet, indien de kracht des Heiligen Geestes niet zondedelgend in het hart zelf afdaalt, maar het gevaar voor de belendende panden, dat is hier voor hen, die in onze omgeving verkeeren, toch minder geworden en de weg tot aangrijping van den brand is daar binnen juist door afsluiting van den vuurgloed bereid. Zoo opgevat hebben we dus te oordeelen dat beide, èn de volksbekeering èn de uitwendige bekeering tot ingetogenheid, wel verre van buiten verband met de bekeering tot zaligheid te staan, met dit hoogste op het innigst saamhangen, en zoowel door God verordend zijn, als door God gewerkt worden, als een der vele middelen, die Hij in zijn ondoorgrondelijk bestel bezigt, om de uitverkorenen tot het terrein des nieuwen levens te brengen. Slechts voor ééne feil hoede men zich. De weg door de vlakte moge naar den voet van den berg brengen, maar is nog het beklimmen van dien berg zelf niet. Voorbereiding van den akker kan plaats grijpen, zonder dat de zaadkorrel in de geopende vore wordt gestrooid. Voorbereiding tot het werk der levendmakende genade, en het levend worden door die genade, zijn twee.
VI.
DE WEDEBGEBOORTE IN HET OUDE VERBOND. En
Ik zal u een nieuw hart geven. Ezeeh. 36
:
26.
Van wedergeboorte wordt weinig, van bekeering veel in de Schrift gesproken, zelfs komt in heel het Oude Testament de uitdrukking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's