Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 48

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 48

3 minuten leestijd

34

Dan Dan

de onheilige macht machtig over onze ziel geworden. we niet slechts onbewuste instrumenten, maar, wat veel erger nog is, bewuste dienstknechten der ongerechtigheid. is

zijn

En

daarmee

ook

toch,

is

de hoogste trap van verdorvenheid nog

niet bereikt.

Het ergste, wat ons als zondaren eigen dan de adder in haar boosheid gaat. Jesaia

het

zegt

maar „ulieder werk

ge zijt erger dan van de

uitdrukkelijk,

gaat

is,

niet

nog

veel verder

slechts als een adder,

34). (41 het stuitendste van dat ergere ligt wel in wat de Psalmist hier klaagt in het vers dat ik aanhaalde, t. w. dat ge niet maar „een is

adder''''

:

En

adder'"

Het Er macht

zijt,

maar zoo vaak „een doove adder" bovendien. we adder noemen is namelijk nog te belezen.

dier dat is

in

de

menschelijke

stem een macht,

die,

goed aangewend,

heeft over de wilde, giftige dieren.

Vooral oudtijds en in het Oosten was die macht der menschelijke stem sterk ontwikkeld, en men verstond de kunst om slangen en alle giftige dieren te biologeeren, te bezweren, of te belezen, gelijk men het noemt. Op den mensch overgebracht wil dat dan zeggen, dat er in de stemme Gods een macht bestaat, die het vermogen bezit om die zoo machteloos te maken, dat ze adder in onze ziel te bedwingen geen gif spuwen kan; en derwijs te ontwapenen dat haar schadelijkheid wegvalt. Gods Woord, ziedaar het toovermiddel voor de innerlijke gevaarlijkheid van ons zielsbestaan. Maar terwijl nu een adder, een slang, nooit doof is, de ooren niet kan toestoppen, en zoodra de goede toon door den belezer slechts weet getroffen wordt, vanzelf en zeker en altijd machteloos wordt, een zondaar, wist gij, wist ik, wist elk uit zonden en in zonden geborene, ja wel waarlijk telkens de doove adder te spelen, en voor Gods Woord de ooren dicht te stoppen. En dat, dat nu is het, wat de Heilige Geest ons in dit aangrijpende beeld van „de doove adder" aan de ziel aanzeggen en verwijten komt. Een adder niet slechts, zoo giftig als het venijn is dat we uitspuwen, maar ^.^doof'' bovendien voor den goddelijken belezer, die met zijn wonderheerlijk Woord die adder in ons ontwapenen wilde. En daarom, het kan niet beteren, en het betert dan ook zelfs met de volijverigste belijdenis van den Christus niet, eer we afleeren ons levenssap uit de klieren van ons eigen bedorven hart te willen uitdrukken, en wordt niet gelijk het moest zijn, eer we eiken druppel levensvocht voor ons zelf en die om ons zijn, op willen vangen uit Hem die de eenige Fontein is en de Sprinkader der levende wateren. ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 48

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's