Heils termen - pagina 113
103 '
Yóór de
het
leven
volle
Gods
volksstaat,
zijn
doorbreking der den mensch,
tot
in
zijn
Openbaring in Christus, naderde ware het van buiten af, in
als
volksleven, in zijn wetten, in zijn eeredienst
bovenal in zijn heilige plaatse, waar meer dan ergens de tegenwoordigheid des Heeren geopenbaard werd. Hiertoe moest dus een eigen volk geroepen, verkoren en gekweekt worden. Ue Heere verkoor Israël uit. In Israëls volksbestaan en aard, in zijn volksleven en volksgeschiedenis, in zijne wetten en instellingen, in zijn priesters en altaren, bovenal in zijn Heilige der Heiligen, waar de Cherubs op den verzoendeksel stonden, kortom in geheel het uitwendige leven van Israël was dus het goddelijke openbaar. Zeer sterk moest daardoor het gevaar zijn, dat juist uit oorzaak van de gewoonheid en alledaagschheid des levens, het Goddelijke der Openbaring in Israël gemeen geacht, met zijn zondig leven vermengd en dus in den grond vernietigd zou worden. Hiertegen nu waakte de Heere door èn Israël zelf èn in zijn leven alle hoogere uiting te heiligen, d. w. z. het goddelijke in dit alles tegen vermenging met het zondige te vrijwaren. Dit geschiedde door afscheiding, afzondering en uitneming. Israël zelf door zijn afscheiding van de volkeren. Israëls zielen door de afscheiding der eerstgeboornen. Israëls land door de afscheiding van het jubeljaar. Israëls eeredienst door de afscheiding van Levi's stam en het geslacht der Aaronieten. Israëls geestelijk leven door de afscheiding van het ten offer bestemde door den dood. Kortom, geheel Israëls volksbestaan in zijn wijdsten omvang, tot zelfs wat de zorge voor het lichaam en het voedsel betrof, was door afscheiding in een heilig en onheilig deel
en
offerande,
gesplitst.
eiken voetstap bespeurt en erkent de Israëliet dus de teekenen Goddelijke Openbaring in zijn leven en werk, maar geen oogenblik is het hem mogelijk het hoogere in dit leven als van aardschen oorsprong te beschouwen. Nergens kan hij der gedachte voedsel geven, dat dit hoogere uit zijn eigen leven en natuur zou zijn voortgekomen. Integendeel, steeds komt het als iets afzonderlij ks, iets afgezonderds aan hem voor, als iets, dat niet uit zijn leven verklaarbaar, er aan toegevoegd, er op is nedergedaald, en dus in aard en oorsprong van zijn eigen zondige natuur verschilt. Zoo bleef het steeds helder voor zijn blik, dat twee bestanddeelen in zijn leven samenwerkten: het een e was het gemeene, ongewijde, natuurlijke, dat van beneden en uit zijn eigen wortel was, het andere daarentegen het goddelijke, gewijde, bovennatuurlijke, dat van boven was en zijn wortel heeft in God. Wel blijven die twee bestanddeelen niet los naasteen staan. Integendeel, het goddelijke dringt in geheel zijn leven door, omvat het van alle zijden en laat niets onbereikt. Maar toch is er geen vermenging, en opdat dit blijke, neemt God de Heere telkens een stuk uit Israëls leven, op elk gebied en in elke betrekking, dat Hij in het Bij
der
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's