Dat de genade particulier is - pagina 261
351 predikanten zelfs vergeten waren, dat de gereformeerde kerk er in haar bloeitijd steeds vlak anders over had geoordeeld; en men zichzelf en de gemeente, niet uit kwaad opzet, maar eenvoudig uit gemis aan beter weten, dusdoende gewend had aan een Schriftuitlegging, die elke mogelijkheid om nog aan een „particuliere genade" te gelooven, kon het toch waarlijk niet bevreemden, dat men eenigsafsneed; zins opschrikte toen daar plotseling en onverhoeds in een der meest gelezen kerkelijke bladen, weer een pleidooi vóór die particuliere genade werd aangekondigd. We wezen er reeds voor maanden op, toen nu (1879) bijna tien jaren geleden schrijver dezes te Amsterdam op dorst treden met een leerrede over den „troost der eeuwige verkiezing", maakte reeds dit hoogst eenvoudige feit in de Amsterdamsche predikantenwereld zulk een sterke sensatie, dat één zijner collega's kort daarop in de Westerkerk optrad, om aan de gemeente te verkondigen: „Wie een ander Evangelie verkondigt, dan dat de Christus voor alle menschen ge-
—
storven is, die zij vervloekt." W^at moest het dan wel niet zijn, nu, gelijk men zich inbeeldde, door de Heraut de handschoen aan heel de vaderlandsche kerk werd toegeworpen, en in veel engeren en strengeren zin, dan bedoelde leerrede het gissen deed, de oude belijdenis onzer vaderen weer werd
opgenomen. Het was wel niet zoo. Er werd wel geen handschoen toegeworpen; maar zeer bescheiden in het eerste artikel gezegd, dat de voorstanders van het „Christus pro omnibus" dringend gebeden werden, revisie op het vonnis te willen geven, waarbij alle belijders der particuliere genade voor dwepers en kortzichtigen waren gescholden. Maar dit baatte niet. Wij die slechts optraden, om tegen hun harde, medoogenlooze uitspraak ons goed recht te verdedigen, werden als aanvallers en tweedrachtzaaiers ten toon gesteld, en zooveel moedwil en
men
stelde zich aan, alsof een kastijding over
kwaad
opzet,
het beste
wapen ware om ons
te
bestrijden.
men
omdat men, en niet geheel ten bespeuren, tusschen dit pleidooi voor de particuliere genade en de ernstige, krachtige poging die in de gereformeerde kerk dezer landen gewaagd werd, om het gereformeerd karakter dezer kerk weer in eere te brengen. Met name wees men
En
dien
weg
onrechte, verband
sloeg
meende
te eer in,
te
op de stichting der Vrije Gereformeerde Universiteit! ergerden zich daaraan, maar ook medestanders zonden ons keer op keer in schrift de dringende vraag; „Hoe we nu toch zoo onvoorzichtig konden zijn, om juist nu het op een winnen] der zwakke broederen aankwam, om juist nu de
daarbij
Ja, niet alleen tegenstanders
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's