Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 201

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 201

3 minuten leestijd

191 verzekerdheid ontstaan.

door hen gepredikt, dat de stof niet uit niets kon is dat ze eeuwig was. Derhalve dat er van schepping geen zijn. En dat dientengevolge geheel de voorstelling der

Dus

sprake kon Christenheid op dit punt, op onkunde en vooroordeel berustend, als verouderde dwaling terzij diende gezet. Tot zulke uitspraken nu is de natuurkunde in geen enkel opzicht gerechtigd. Door zulke stellingen zegt ze meer dan ze verantwoorden kan. Een eeuvnge stof is voor den natuurkundige een ongerijmd begrip. Hij weet van het eeuwige niets af. Het denkbeeld eeuwig leert hij niet uit de natuur en zijn denken leert hem dit denkbeeld zoo weinig, dat het veeleer door den strengen eisch van het denken wordt buitengesloten. Ons denken eischt voor alles etn begin. „Eeuwig" is de loochening van een begin, en kan dus wel in weerwil van ons denken door ons beleden worden, maar nooit door ons denken worden geëischt.

Zoo ook met Darwins theorie. De natuurkundige is volkomen bevoegd, om de nauwe verwantschap aan te wijzen tusschen het dierlijk en het menschelijk lichaam. Bevoegd, om aan te toonen, dat niet zelden, wat men nieuwe soorten noemde, slechts wijzigingen zijn van reeds bestaande verschijnselen. Bevoegd zelfs, om, als leiddraad bij zijn onderzoek, de onderstelling te wagen, dat er een ongebroken overgang bestaat tusschen stof en plant, plant en dier, het dierlijk en het menschelijk lichaam. Maar verder gaan mag hij niet. Beweren, dat het dus niet waar is, dat God, na den mensch geformeerd te hebben uit het stof, in zijn neusgaten geblazen heeft den adem des levens, komt hem niet toe. Beweren dat ons denken kiemen zou uit het dierlijk instinct, en dit instinct uit het tastgevoel, is verwarren van het ongelijksoortige en als een blinde over de kleuren redeneeren. Dit doende slaat de natuurkundige aan het theologiseeren en wordt hij, zijns ondanks, profaan.

Dat natuurkundigen van naam dit zelf beginnen in te zien, bleek nog onlangs bij de opening van een natuurkundig gezelschap in Engeland, door een rede van den beroemden hoogleeraar Tyndall, die we eerlang in vertaling hopen op te nemen, ten bewijze, hoe men zelf nog gedurig zondigen kan tegen een kwaad, dat men bestrijdt, maar ook ten blijke, dat de oogen voor het kwaad zijn opengegaan. Dat op het gebied van ons middelbaar en lager onderwijs tegen de :ondraaglijke pedanterie van halfslachtige natuurkundigen,

die, in stee onderwijzen, zich in uitspraken over geestelijke dingen verdiepen, met ernst ook door het Staatsbestuur dient gewaakt te worden, werd reeds lang gevoeld, al erkennen we ten volle, dat beterschap ook te dezen opzichte alleen van zuivering der publieke opinie is te wachten. Maar wat nooit mag, is, dat de belijders van den Christus, uit

van hun vak

te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 201

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's