Dat de genade particulier is - pagina 227
217
men het andere neemt, voor het aantal personen geen verschil maakt; eenvoudig omdat de kring van het verhond en de kring van de nakomelingschap elkaar hier volkomen dekken en in beide gehetzij
vallen geheel het menschelijk geslacht omsluiten. Maar wees nu zoo goed en let er eens op, hoe
wordt, zoodra
we nu op Jezus
geheel
anders
dit
zien.
Immers hoe ter wereld zou kunnen optreden?
ooit ofte
immer Jezus
als
stowhoofd
„stamhoofd der uitverkorenen" kan men Jezus niet voorConstant en vastelijk toch leert de Heilige Schrift ons, dat we niet uit den Zoon, maar uit den Vader worden wedergeboren. Dat wel de middelaar „de eerstgeborene is onder vele broederen", maar zoo toch, dat hij altijd onze broeder blijft en het „mijn Vader en uw Vader" ongebroken kracht behoudt. Christus is dus wel ongetwijfeld ons „Hoofd"; het „Hoofd der gemeente", enz. maar s^a^whoofd, in den zin waarin Adam als stamhoofd alle menschelijk wezen in zijn lendenen droeg, kan fle Christus 'voor wie zich aan de Schrift houdt nooit wezen. Zelfs de „mystieke unie", die we natuurlijk in haar volle kracht laten, gedoogt zulk een Zelfs als
stellen.
generatieve verklaring nooit.
En nog
minder zou s^ömhoofd van
veel
men
natuurlijk zeggen kunnen, dat de
geboren menschen" is geworden. maar één zijn. Dit nu was Adam En om dit in Adams plaats te worden, had de Heiland niet eerst na verloop van 4000 jaren, maar onmiddellijk in het Paradijs moeten geboren worden, om voorts alle menschen te telen uit zichzelf en alzoo Adam Christus
het
Dat toch kan uiteraard
„alle
er
uit zijn plaats te verdringen.
Twee bewijzen hebben we dus voor
één, dat hier wel terdege van
Adam en Christus als verbondshoofden sprake is. Vooreerst, dewijl er bij Adam niet van erfsmet, maar van schuld sprake is, wat bij het stamhoofd niet zou doorgaan. En ten tweede, overmits Adam hier vergeleken wordt met iemand die nooit als stamhoofd beschouwd kan worden, d. i. met den Christus. Er blijft dus niet anders over, dan te erkennen, dat de apostel hier wel terdege de twee verbond shooiden tegenover elkander stelt: Adam als hoofd van het verbond der natuur of der werken, tegenover Christus als het Hoofd van het verbond der genade. En dat wel met het doel, om alsnu de werkingen die van deze beide hoofden op hun leden uitgaan, na te speuren. Teneinde de geloovigen, die door hun sonde- en fZooc^s verband met Adam verschrikt worden, ruste en troost en vrede te doen vinden in hun getiadt- en levensvevhand met Christus.
Om alle
te
komen, wat de apostel met de uitdrukking: „over moet dus onderzocht, welke menschen beide het verbond van deze verbondshoofden behooren. Dit toch
weten
menschen"
müen
tot
te
bedoelt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's