Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 154

3 minuten leestijd

144

meermalen der gemeente van Christus herinnerd is, dat de waarheden Gods van oog-enblik tot oogenblik aan den levenden God zelf vastzitten, gelijk de ledematen aan ons lichaam, zoodat in die waarheden aldoor de gloed van 's Heeren leven tintelt en zijn hartebloed stroomt en de glans zijner heerlijkheid aanschouwd wordt? En wie zal dan die levende waarheden van den Almachtigen God aangrijpen, betasten en ontleden kunnen, zonder dat een besef van heilige vreeze door zijn

ziel

vaart en stille aanbidding

hem

vervult en op het oogen-

blik zelf de heerlijke levenssappen die uit deze waarheden druppelen, zijn eigen ziel

bedauwen?

E-eeds Voetius onderwees ons zoo schoon in zijn

„Cracht der goddeze „diepten van Gods gedachten niet leeren zou zonder de ziel te verheffen in eerbiedenis en bewondering, niet zonder innerlijke beweging der opwaking des gemoeds en nooit zonder er tevens de macht in aan te toonen tot vertroosting van Gods kinderen en de betering van onzen geestelijken toestand. Doet men dat niet, zoo vervolgde hij, dan zal de teedere consciëntie koud blijven bij het zien op een dor geraamte zonder vleesch en bloed; een fijn uitgeplozen redenatie, die geheel omgaat buiten het leven der zal het zelfs gebeuren, ziel; ja, dat Gods eigen lieve kinderen in plaats van zich tot deze waarheden aangetrokken en er zich door ontvonkt te voelen, eer integendeel er een walg in de ziel tegen voelen opkomen. Op de practijcke komt het bij alle waarheid aan, en onder practijcke verstaat toch niemand onzer allerhande werken of uitwendige oefeningen in deugden, maar wel waarlijk en alleenlijk zulk een practijk, dat in het binnenste van ons hart ingeplant, doorgaat tot de verborgen samenvoegselen der ziel en des geestes, der zenuwen en der ledematen van den nieuwen mensch in ons, en die met helder besef van daar opklimt en doorbreekt in een onuitsprekelijk verlangen en begeeren, om standvastig, oprecht en ijverig te trachten naar een ingaan in het welbehagen van Gods wil, naar al zijn deelen, in en door de gemeenschap met de krachtig werkende genade Gods en de kruisverdiensten Christi, zonder welke alle gepretendeerde practijken toch niet met al zijn dan blinkende zonden." En van die warme, bezielde, geestelijke lijn, waarlangs onze vaderen zich bewogen, mag ook onze ziel, mijn lezer, nooit afgaan. Want zonder dien gloed in het woord en dat inblazen van Gods Geest is de waarheid die onze mond belijdt, is al ons ijveren slechts een bederven van het kostelijkste; ons opkomen voor Gods waarheid niets dan een met ruwe hand aantasten van het heilige; en wij eindigen met de hondekens te zijn, wien men de paarlen toewierp, of aan het zwijn gelijk, toen we ze vertraden. Dan nut ons Gods heilige waarheid niet, maar maakt ze ons schijndat

saligheyt",

heilig.

Dan

stuitende

men

legt ze geen adel op onze ziel, maar verlaagt ze ons in verwaandheid. En met een dorheid aan zijn hart en een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's