Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 148

3 minuten leestijd

138 besten boom kunnen zitten, weet Jezus uitnemend g:oed, maar wat niet kan, wat o^?mog:elijk zou zijn, wat tegen de natuur zou strijden, dat ge wilde kastanjes zoudt zien groeien aan een kastanjeboom is, die

tam

is.

ge dat toch zoo in het woud, zaagt ge voor uw oogen tusschen de takken met goede vruchten toch enkele takken met kwade vruchten heen zaten, dan zou elk houtvester of boomkweeker of ook gewone boschwachter u zonder aarzeling verzekeren kunnen, dat hier één van tweeën plaats greep óf dat er een wilde plant door den tammen boom was heengegroeid, of dat de tamme op een wilden geënt was, en die tak met wilde vruchten nu onder uit den ouden wilden stam was opgeschoten. Maar, en hier zou zulk een u, op zijn houtvesterseer, voor instaan, uit den tammen boom kon die tak niet zijn. Want, zoo zou hij u zeggen, „een lot uit den tammen aard brengt nooit of nimmer wilde vrucht voort, omdat dit tegen zijn aard strijdt, en het kan zulk een vrucht ook niet voortbrengen, want het is van een tammen boom geënt." En, zou hij er u bijvoegen, nu is het wel waar dat die kwade vrucht er nog omgroeit, zelfs nog zeer sterk omzit, maar kon de tamme geënte boom spreken, wees verzekerd dat hij u betuigen zou:

En vondt

dat

:

„Die kwade vrucht, die ik niet wil, komt er nog wel, maar nu maak niet meer, maar de wilde oude stam, waarop men

ik die vrucht mij entte."

nu een kind van God metterdaad niet beter te vergelijken dan zulk een tam lot dat geënt is op een wilden stam, wat, zoo vragen we, is er dan onnatuurlijks aan, dat van zulk een „geënten" nieuwen persoon èn door Jezus èn door Paulus èn door Johannes ^) geleerd wordt dat het kwaad dat men aan hem ziet niet komt Is

bij

uit

hem?

Zoo Jezus: „De goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen." Zoo Paulus „Ik nu doe datzelve niet meer, maar de zonde die in mij woont." En zoo nu ook Johannes „Wie uit God geboren is, kan niet meer :

:

zondigen." Dit geldt dus niet alleen van de groote, maar ook van de kleinste zonde. Uit „het zaad Gods" dat in ons blijft, kan bij geen mogelijkheid, ooit, ook maar zelfs de minste zondige gedachte opwellen. Uit het „van Gods wege in ons geborene" kan nooit of nimmer, onder wat bange verzoeking, ook maar voor één ondeelbaar oogenblik, de zwakste overtuiging tot wat zondig is, voortkomen. Door het „kind van God" kan nooit worden uitgeademd iets dat zijn oorsprong heeft inSathan. ^)

Op volkomen gelijkluidende wys.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's