Het heil in ons - pagina 103
93 ruilen
voor
een
meer
„uitwendige betrekking tusschen God en
zijn
schepsel."
En daarom mogen noch kunnen ook
wij thans zonder protest gedoordien de sleutel der kennisse te loor ging, in de zielen der geloovigen weer een oude en verouderde en lang overwonnen dwaling post zou vatten, waardoor, in dweepzieke overspanning hier op aarde reeds naar een nu nog onmogelijke gemeenschap met den Heilige wordt gedrongen; en dat tot den heilloozen prijs van nogmaals het ideaal der heiligheid naar beneden te rukken, d, i. God, den Driemaal Heilige zelf van dien gloriekrans zijner deugden te ontdoen en van de eerekroon zijner heilighedeu te berooven.
doogen,
dat,
Zelfs, we mogen het niet verzwijgen, maakt dit drijven der volmaakbaarheid van de zij der Enthousiasten, gelijk het ook nu weer ten onzent plaats grijpt, een nog droever en pijnlijker indruk op ons, dan de leer „eener mogelijke heiligheid op aarde" bij Rome. Bij Eome toch gold het bereiken van dezen volmaakten staat nog steeds als een zeer hooge uitzondering, die slechts aan zeer enkelen onder de hoogstbegenadigden werd gegund. En die enkelen, die men als zoodanig in de vereering van het volk aanbeval waren dan ook metterdaad grootsche figuren in hun tijd geweest; mannen of vrouwen, die als starren van eerste grootte geblonken hadden, en 't zij door het vergieten van hun martelaarsbloed, 't zij door een heldenstrijd voor de kerke Gods op wetenschappelijk terrein, 't zij door een leven Vim zeldzame godzaligheid en zelfopoffering, in den regel toonbeelden waren geweest van wat de genade Gods op aarde vermag. Welke dwaling nu hierbij ook insloop, toch bleef op zulk een manier ten minste de schijn van ernst bewaard en bespaarde men Dns op heilig terrein den smaad van het belachelijke. Er was dan wel j^een volmaaktheid, maar er was dan toch ten minste iets zeer hoogs in zeer sterk ontwikkelds, iets dat eerbied afdwong en imponeerde. Maar ook dien troost, hoe schraal ook, moet ge opgeven, als ge Dp het terrein der Enthousiasten overstapt, waar het steeds als regel gold en nog u wordt aangepreekt, dat deze hoogheilige staat, verre van slechts Bnkeler privilegie te zijn, veeleer aller gemeengoed kan worden, die naar gelooven willen in Christus en mee willen zingen in het choor Dnzer geestdrijvers. Dat toch niet allen in Christus gelooven ligt, naar lun zeggen, enkel daaraan, dat men of den Christus hun niet predikt, t)f dat zij dien gepredikten Christus liggen laten. En dat men, eenïïiaal bekeerd, niet in dien hoogen staat van heiligheid overgaat, ligt, :oo ge hen hooren wilt, weer even eenvoudig enkel daaraan, of dat nen de bekeerden niet met dezen gelukstaat bekend maakte, of wel lat de aldus voorgelichten weigerden het offer te brengen, waardoor Ie ingang in dat beter Koninkrijk wordt verworven. Gevolg hiervan is natuurlijk, dat men in zekeren kring, bij zekere ^roep, die om dit aas zich verzamelt en zulk een leering toejuicht en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's