Practijk der godzaligheid - pagina 203
195
deugd te verstaan zij. Ze is niet wat we „lijdeplegen te noemen; ze mag evenmin in den zin van stoïcijnsche „ongevoeligheid" opgevat noch ook verward met de „onaandoenlijkheid" van wie morrend bukt voor het noodlot. Zoo blijft dan de vraag, waarin we dan haar zin en aard hebben te erkennen, en. in welken karaktertrek van het nieuwe leven alsdan het innigste van haar wezen, haar eigenlijke beteekenis, schuilt. En dan omschrijven we haar liefst- aldus: Lijdzaamheid is een zielskracht, door den Heiligen Geest in de kinderen Gods verwekt, waardoor ze in staat zijn, in weerwil van alle macht die ze uit hun stand in het Koninkrijk wil verdringen, dien stand, zonder dat er verwrikken of verwegen aan hen is, te blijven innemen. Een kind Gods leeft uit een leven, dat niet van deze wereld is; een leven op bovennatuurlijke wijze in zijn ziel ingedragen door een machtdaad Gods; en dat leven leeft in hem en hij in dat leven, ondanks hemzelf, in weerwil dat zijn hart het niet grijpen wil, alleen doordien de Heilige Geest, die het hem aanbracht, het ook door zijn goddelijke mogendheid in aanzijn houdt en bewaart. Juist daarom echter blijft dat nieuwe leven niet onaangevochten. Dit kan niet, wijl dit nieuwe leven vijandig optreedt tegen duivel, zonde en wereld; voor die wereldmacht gevaarlijk is; en, laat men het vrij spel, zonder slag of stoot over die macht der zonde zal
nemende
Christelijke
lijkheid"
triomfeeren.
Vanhier de
strijd,
dien de duivel,
al
naar
men
wil,
om
zelfbehoud
of uit haat tegen God, aan Gods kinderen aandoet. Dat nieuwe leven in hun ziel is hem een doorn in het oog: het breekt over dien wedergeborene zijn macht en invloed; erger nog, het doet gevaar ontstaan, dat van dien wedergeborene een electrische werking uitga, die op vernieling van Satans macht uitloopt. Dit moet te keer gegaan; met alle macht verijdeld worden; die
doorgisting geduld.
van
den
zuurdeesem
des
Christelijken
levens
mag
niet
de rustelooze ijver, waarmee Satan, nu slim dan listig, omleiding en misleiding, nu heimelijk dan openlijk, de vrijge-
Vandaar door
maakten des Heeren aanvalt, om hun van lieverlee dat heerlijke goddelijke leven weer te ontnemen en ze terug te dringen uit den stand, dien ze in het Koninkrijk innamen. Dien aanval doet hij nu eens met het wapen der verleiding; dan door te speculeeren op den hoek van ons hart, waar de diepste karakterzonde haar intrek nam; een andermaal weder door ons te striemen met onze geloofloosheid en onze kwijtgescholden zonden weer van den bodem der zee op te halen; of eindelijk door de gansche fiool van verdriet en tegenspoed, van zielsbeklemdheid en verdrukking over ons uit te gieten. Hierdoor verkrijgt het leven van den Christen het karakter vaneen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's