Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 197

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 197

2 minuten leestijd

;

189

Een arbeiden i. é, w. om waartoe te geraken, de lijdelijke niet moet opgezvveept en hem de prikkel in 't vleesch gezet, maar integenkent.

en neergeslagen, verbroken en verbrijzeld. Een arbeiden, bidden overstaande, maar dat juist in het gebed het toppunt van zijn kracht bereikt. Of is er niet een arbeiden, dat schuil blijft, „een arbeid der ziele'', gelijk Jesaia het zoo prachtig noemt, en kon niet alleen die arbeid heel een wereld verlossen? Op die lijn nu, niet op die der „lijdelijkheid", ligt het schoone zielsmysterie, dat Gods Woord ons als de deugd der „lijdzaamheid" deel

gestild

liiet

tegen

het

aanprijst.

ingewijd moet zijn, om het te grijpen. waar alleen het geloofsoog doorheen gluurt, achter het gordijn, glorie. openbaart het zijn verborgen Een mysterie, niet van ingezonken moedeloosheid, noch van willoos meêdrijven, maar integendeel van een wondere energie; een hoog gespannen veerkracht een sterkte van meer dan aardschen oorsprong iets spellend van de mogendheden Gods. Een mysterie, waarvan ge het verschil met de lijdelijkheid flauwelijk, maar toch op voelbare wijs, ziet afgebeeld in den lijder, aan wien bedwelmd en in dien anderen, aan wien nuchter en van geest de pijnlijkste kunstbewerking voltrokken wordt. Zie, als ware hij een lijk, kan men sollen met den een. In diepen slaap bedwelmd, weet hij van zijn eigen vleesch niet; voelt 't niet, als hem de zaag door het merg gaat; en mist slechts, straks bij het wakker worden, het hem afgezette lid. Bij hem geen moed, geen ernergie, geen worsteling; den bedwelmenden geur in te snuiven, ziedaar al wat hij bestond. Maar nu, sla dien anderen lijder gade. Deze legt zich, met klare, heldere bewustheid, willig neder op het hout, dat straks zijn bloed bezoedelen zal. Den aandrang „om zich weg te laten maken" bood hij wederstand. Hij wil er bij, hij wil er in zijn, als de pijn genaakt en de onnoemelijkste smart hem door de zenuwen zal vlijmen. En nu, zie, als 't instrument zijn huid aanraakt en de arts zijn bloedig werk beginnen gaat, ja, nu vaart hem een kille huivering om de leden, maar hij worstelt, hij bedwingt zich, tot hij gansch bewegingloos ligt, zoo roerloos en stil. Met den adem ingehouden. Geheel lijdzaam. Ik bidde u, behoort er, om z66 lijdzaam te wezen, geen heldenkracht toe? Kent gij hooger krachtsbetoon ? En nu, wat is aan u 't werk des Heeren anders dan zulk eene kunstbewerking aan uw ziel?

Een Want

mysterie,

waartoe

;

men

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's