Het heil in ons - pagina 85
75 Hij kan een „verwarde van geest" zijn (en dat komt vooral in onze dagen veelvuldig voor) doordien het hem hapert aan degelijke kennis, en dus aan geregeld onderzoek, of ook aan een ordelijk verband van wat hij in zich opnam. Men heeft dan eigenlijk nooit den dieperen samenhang van Gods heilige mysteriën doorworsteld voelt daardoor hoe al deze heilige schakelen tot één keten aaneen zitten geniet, klonken; en komt er daardoor toe, zonder het minste boos opzet, louter uit onkunde, door de eenzijdige bekoring van een verrukkelijke gedachte verleid, op den rok zonder naad een stuk van geheel andere stof te willen rijgen, of steen te willen vastsmeden aan goud. Of ook men kan, gelijk Molino of Poiret, een zeer kundig denker maar om, in stee van in gehoorzaamheid aan de Schrift slechts zijn, na te denken, wat voor ons en ons ten behoeve gedacht is in Gods Woord, met zondige hoogheid die Schrift aan zijn eigen geest te onderwerpen, 't zij ten einde haar aan flarden te rijten, gelijk de 't zij dan om haar als steunsels voor zijn eigen dwaling afvallige doet ;
;
misbruiken, gelijk de ketter. Maar uit welken dier beide hoeken de valsche adem der „volmaakbaarheidsleer" u ook tegenwaaie, altijd kunt ge zeker zijn dat ge met een fimdamenteele verkeerdheid in geheel de Theologie van zulk een drijver te worstelen hebt, en derhalve tot een omzichtig uitzetten van de bakens, eer ge hem bestrijden gaat, verplicht zijt. daarom ook onzerzijds vooraf uitgesproken, wat we van den Zij zondaar en zijn toebrenging houden, opdat er geen spel met woorden zij en den lezer klaar voor oogen sta, wat in den loop van deze artikelenreeks de termen en woorden bedoelen. En dan sta daarbij op den voorgrond, dat de mensch, naar luid der rijkste openbaring ons in de Schrift gegeven, een drievoudige bewerktuiging ontving, om met even zoovele werelden in gemeenschap te treden. T, w. zijn lichaam, waardoor hij in gemeenschap is met het te
stoflelijke;
dan
zijn
ziel,
waardoor
hij
ifl
gemeenschap
staat
met
het
onzichtbare; en eindelijk zijn geest, waardoor hij in gemeenschap treedt met de hooge geestenwereld, 't zij met God tot zijn behoudenis of met Sathan tot zijn verderf. Dat de beide laatste, „ziel en geest," herhaaldelijk onder de ééne benaming van „ziel" worden saamgevat, doet hierbij niets ter zake; mits men slechts klaar voor oogen houde, dat een onwedergeborene zoowel een „geest" heeft als een reeds bekeerde, en geen voet aan de dwaling geve, alsof eerst door de wederaan ziel en lichaam dat derde, de geest, zou worden geboorte toegevoegd. Deze drie: „geest, ziel en lichaam," zijn intusschen niet de mensch maar de drie onderscheiden organismen, die hij van zijn zelf; Schepper ontvangen heeft. Gij, uw persoon, uw ik, of hoe ge het noemen wilt, hebt de heschikki}?g óver elk dezer drie ontvangen. Zij zijn dus van u zelf onderscheiden. Het zijn de instrumenten, waarvan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's