Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 199

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 199

3 minuten leestijd

191 leed,

uit

liefde

voor

de wereld, uit liefde voor onszelf, óf

.

.

.

uit

den heiligen God, en nu, alleen dat laatste is lijdzaamheid. Als winzucht den schepeling of eerzucht den krijgsheld drijft om de bangste gevaren kloekmoedig tegen te gaan; zonder klacht of gemor zich de pijnlijkste ontbering te getroosten; of ook met stille onderworpenheid, hulpeloos dobberend op het wrak, of neergeveld onder de gewonden, de vlljmendste pijn en de diepst door merg en been gaande smarten uit te staan, o, gewisselijk, ook dan is er een stille zijn, ook dan is er een triomf op het lijden bevochten, maar die bestaanbaar is zonder geloof in de ziel; ja, die soms uitblonk in een menschenhart, dat nog in zijn doodelijkste pijnen spotten kon met den levenden God. Causa^ non passio facit martijrem, d. w. z. „niet de smart die o-e aandurft, maar het geloof waarvoor ge sterven wilt, maakt den martelaar", getuigde de kerke Christi door alle eeuwen en zelfs de worstelino- en foltering, door zoo menig ketter met verbeten lippen doorgestaan, was, zoo hij zich uit stijfhoofdigheid en niet voor God in de vlam wierp, den eerenaam van „lijdzaamheid" niet waard. En evenzoo nu is te oordeelen over wat de Stoa onder de mannen van hoovaardig karakter en de Koran onder Mahomeds volgelingen soms zoo indrukwekkend grootsch heeft gekweekt. Ook onder Christenen, bij mannen van studie en stand de eerste, het fatalisme meer onder de kinderen des volks. Nog ziet men ze soms in onze bedehuizen plaats nemen, die stroeve, onbeweeglijke figuren, meest mannen van eer en aanzien, die zich te hoog en te verheven achten om door het lijden te worden gedeerd. Soms in de binnenkamer mogen ze als een kind hun smarten uithuilen, maar, als er iemand bij is, vertrekt er geen rimpel op hun gelaat en heeft het er alles van als ware hun onaandoenlijkheid volkomen. Sterke karakters niet naar Christelijk, maar naar heidensch model, die aan de vergoding van hun eigen ik metterdaad een kracht ontleenen, die, uit schaamte voor wat zwak kon schijnen, den hardsten tegenspoed kloek en onverschrokken draagt. Wijsgeeren, zooals ze zichzelven dunken, die ophielden een menschelijk hart en in dat hart een menschelijk gevoel te hebben, en minachtend neerzien op de wijsheid van het kruis van Jezus. Op verstandelijk gebied wat men lichamelijk soms onder zeelieden of soldaten aantreft, die er lust in hebben het vleesch van hun vinger in de vlam te laten rooken, of ook moedwillig zich aan bloed te kerven, om te toonen hoe ruw, hoe gehard, hoe onaandoenlijk ze zijn; onaandoenlijk, voor alles .... behalve voor de bewondering van hun kameraden. Meer ten plattelande en onder de lagere standen vindt ge de onaandoenlijkheid en de doodsverachting van den Turk, uit de onvergeeflijke dwaling gesproten alsof Mahomeds leer van het Noodlot met de Schriftleer van de Voorbeschikking samenviel. Dan bukt men, wijl men er toch niet tegen op kan; zwijgt, wijl morren toch niet baat liefde voor

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 199

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's