Honig uit den rotssteen - pagina 245
!
231 gaan gloeien. Zie, de hoeren en de tollenaars zullen u voorgaan in het Koninkrijk der hemelen! Maar „lauw" dat is als er gansch geen werking is. Een moeras. Een poel waar geen zuchtje meer over blaast. Afgemeten zelfgenoegzaamheid, „o, Ja, God is mijn hemelsche Vader, en dus Hem heb ik ook wel lief!" En dat nu vloekt God niet, daar toornt de Heere zelfs niet meer tegen, dat spuwt Hij eenvoudig uit zijnen mond. Yooral de belijders van Jezus in ons goede Nederland mogen zich dat schriklijk woord wel gezeggen laten. Nederlands karakteraard heeft zoo angstig veel van het karakter van Laodicea Dat altijd roepen Dat bedaarde, dat voorzichtige en omzichtige van niet te ver Dat altijd sluipen langs het stille middelwegje o, het karakter van ons arme volk, vooral in het midden van ons land, staat voor de Laodicea-zonden zoo sterk bloot! Men moet er altijd nog eerst eens over denken. Dat denken moet eerst nog eens overzomeren en overwinteren. En als het dan moet, dan komt er nog zoo hoogst zelden een flink en beslist ja, maar blijft het meest bij een meesmuilen binnen de tanden van iets dat tusschen ja en neen in staat. Die bedaardheid en dat aldoor roepen van „niet te ver!" wordt zoodoende op geestelijk terrein een nationale zonde. Een zonde die de bloem in den knop, eer ze ontlook, verdorren doet, die bant wat en in halven sluimer, als ware het een schimmenons zegenen kon wereld, menig dorp en menige kleine stad doet voortkruipen van het eene jaar in het andere. Het is gebrek aan wilskracht. !
!
!
;
De
kan niet meer. zou wel willen beslissen, maar het besluit kan niet baren, en er wordt niets, niets uit. Eerst grieft dat dan en hindert, zoolang de consciëntie er nog tegen inwoelt. Maar ook daar komt een einde aan. Ten leste is de prikkel van de consciëntie stomp geworden. En dan gebeurt het ijslijkste wat gebeuren kan. Dan namelijk gaat men die half- en halfheid, die lauwheid der ziel goedpraten, er een deugd in zien, ze uitventen voor de hoogste levenswijsheid, en in stee van wat Gods Woord „Och, of ook gij lauw waart, getuigt, dit andere getuigenis plaatsen maar omdat ge heet zijt, z;il ik u uitspuwen uit mijnen kring." Een beslist man die durft, heet dan een Farizeër. Elke lauwe, hinkende ziel is dan een wijze op aarde geworden. o, Vooral onder hen die vele goederen hebben, vindt ge die lauwe Christenen zoo in massa. Helaas, waarom worden ze ook onder de gereformeerde belijderswil
Men
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's