Dat de genade particulier is - pagina 241
231 hel te laten ontwikkelen, en die verborgen kiem tot een nieuwe wereld op te bouwen, die eens glanzen zal in al de pracht des goddelijken
En al naar gelang Jezus en zijn apostelen nu beurtelings het oog hebben, op die schijnwereld die ten onder moet, of op die kern van het organisme der wereld die verheerlijkt wordt, gaat over die wereld het oordeel en de vloek, of wel lezen we, dat die wereld wordt behouden. Zoo heet het dan eenerzijds dat Jezus „de Zaligmaker dtr wereld „Ik bid niet voor de wereld"' (Joh. (Joh. 4 is 42), en anderzijds 17 20). Nu eens: „Alzoo lief heeft God de wereld gehad" (Joh. „Hebt de wereld niet lief". De ééne maal: 3 16), en dan weer: „Ik ben niet gekomen om de wereld te oordeelen", en dan weer: „Nu is de wereld aireede geoordeeld". Het ééne oogenblik „Ik ben het „De wereld kan mij uiet licht der wereld", en den anderen keer: zien". Of wilt ge, in de ééne plaats: „Het Lam dat de zonde der wereld draagt", en op de andere: „Ik heb de wereld overwomien'\ Meestal nu heet die eigenlijke kern der wereld, die Jezus aan Satan ontrukt, om er een nog heerlijker organisme uit op te doen wassen, intusschen anders. De Schrift pleegt namelijk in verreweg de meeste plaatsen dit te noemen: „het volk Gods", of „de gemeente" of „de kudde des Heeren", of „het koninkrijk Gods", of ook „het koninkrijk der hemelen", „het lichaam van Christus", de „bruid Christi", enz. levens.
:
:
:
:
:
deze benamingen blijft altijd constant de voorstelling uit deze kern, uit deze gemeente, uit dit volk, eenmaal door een wonderdaad Gods „een nieuwe wereld", een „nieuwe aarde en nieuwe hemel" te voorschijn treedt. De aarde dient niet maar om de uitverkorenen te laten zaligen en dan te verdwijnen. Neen, de uitverkorenen zijn menscheti ; die men-
Edoch
vast
al
bij
staan,
dat
schen vormen gefundeerd in
een geheel, een stel, een organisme; dat organisme is de schepping; en overmits nu die schepping spiegelbeeld van Gods wijsheid en zijner handen werk is, mag Gods bestel daarmee niet teniet gaan, maar komt in „den doorluchtigen dag" Gods wil met deze schepping tot haar recht. Spreekt de Schrift nu van het groote Christelijk organisme, dat we Jezus' mystiek lichaam, of de levende gemeente noemen, gelijk ze nu nog in dezen voorloopigen toestand verkeert, dan staat ze natuurlijk vlak en vierkant tegen de wereld over. Dan haat de wereld haar en moet zij de wereld bestrijden. Haar de wereld en zij aan de wereld gekruisigd worden. Dan is het tusschen die wereld en haar een worsteling op leven en dood. Een worsteling die er op moet en zal uitloopen, dat die wereld er onder gaat, door haar geoordeeld wordt, en overwonnen blijkt door Jezus. Maar wil de Schrift omgekeerd aanduiden, dat in die gemeente de kern der wereld behouden wordt; dat Gods plan, dat door de zonde vernietigd scheen, toch doorgaat en terecht komt; en dat dan het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's