Dat de genade particulier is - pagina 180
170
mensch tuigen.
in
zijn
Komt
Woord van een zóó diepe verdorvenheid kwam overnu klaar en duidelijk aan het licht, dat de mensch
het
zei: „Bied het mij aan en ik zal het aannemen!" En minder tastbaar, dat God wel het uiterste beproefd heeft, door eerst den zondaar te sparen en toen voor hem uit te vinden een volkomen rantsoen. Dat nu God de Heere met zondaren te doen had, die zelfs daarmee noLï niet geholpen waren, bewijst wel de diepte van hun val, maar volstrekt nooit een tekortkoming in Gods genade en erbarmen. Tot een verstrekken van een nog meerdere genade, om ook dat „kunnen en willen aannemen" er in te brengen, was God jegens niemand gehouden, en zelfs kan niemand uitmaken, of God die tweede genade aan meerderen schenken kon. Maar hoe dit ook zij, vast staat op grond van dit werken Gods, dat de prediking van het kruis van Jezus wel terdege aan de verlorenen evengoed als aan de verkorenen moet gebracht, opdat de zondaar van schuld overreed worde en men God in zijn bestel rechtvaardige. loog;
is
toen
het
Zoo
hij
niet
ziet
men
dus, dat de oude, betrouwde, zuivere voorstelling van
waarheid volstrekt niet uit zekere verlegenheid er „de algemeene prediking" aanhaakt, maar integendeel ze als een onmisbaar bestanddeel kernachtig doet uitkomen. En wierp men nu ten slotte de vraag nog op: „Moet ik bij de „Indien ge niet prediking van het Evangelie er telkens bij zeggen uitverkoren zijt, dan hebt ge er niets aan!" dan zij wederom gevraagd wat Jezus zelf en wat de profeten vóór en de apostelen na hem deden? Gevraagd of ge uw kind, dat pas loopen leeren moet en dus het niet kan, er telkens bij zegt: „Kind, ge kunt niet loopen"? Gevraagd of Evangelieprediking dan een simpele notificatie is, of wel een genademiddel, dat zelf als instrument voor den Heiligen Geest dienst doet? Gevraagd of dan niet alle trouwe leeraars der kerk, alle eeuwen door, tegen zoo onmenschkundig en onzielkundig bedrijf ten allerernstigste hebben gewaarschuwd? Gevraagd eindelijk, of een ziel, die pas onder de bewerking van het Woord komt, daaraan iets heeft? En houdt men nu aan, vragende of ik dan toch niet onwaar word, indien ik van den kansel zeg: „Het rantsoen is voor u verworven"? dan is het bescheid eenvoudig en gereed: „Wanneer ge als leeraar voor een Christelijke gemeente optreedt, dan moogt en moet ge dat zeggen, zoo dikwijls ge de gemeente als geheel aanspreekt en dus de aanwezigen aanmerkt als zijnde leden. Maar omgekeerd, als ge niet in een gemeente spreekt^ maar onder de Europeesche of Aziatische individuen optreedt, en dus eenvoudig zondaren aanspreekt, dan moogt en moet ge wel zeggen: Het heil is verschenen voor een iegelijk die deze
hoogheilige
:
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's