Honig uit den rotssteen - pagina 274
!
260
En omdat die Heilige Geest volstandig weigert dit „wetenschappelijk priesterdom" te zalven; het eer zijn gunste en genade onttrekt; en daarentegen voortgaat, met aan de gemeente zelve zijn heilig merkteeken in te drukken, zoo baat geen standshoogheid en werpt God en werkt Hij zijn werk nogmaals, met alle ambtsverhetttng neder, al zijn kinderen weer om het altaar te roepen en het priesterschap aller geloovigen te herstellen. „Ken „Zij zullen niet meer zeggen, een iegelijk tot zijn naaste dus luidde het den Heere!" want ze zullen Mij allen kennen, Woord Gods in de profetie, en zie, zoo is het dan ook, en niemand kan dit woord breken. Het staaf, dat woord en het 7noet zoo staan, want er hangt de eere van den Naam onzes Gods aan. Zijn al de geloovigen geen priesters en priesteressen, dan vervalt ge tot één van deze beide: of dat de geloovigen er bij neer gaan zitten en in alle werken werkheiligheid en dus zonde zien of wel, dat de geloovigen als zondaars of ingebeelde heili^^en zelf gaan werken, en dan 't zij een onreine vrucht, 't zij een ingebeelde ott'erande brengen op des Heeren altaar. Maar beide die voortetende kankers, én dat slap hangen van de snijdt niets doende hand, én dat hoog zijn van de werkende hand, God de Heere nu onverbiddelijk door dat ééne uit: „Gij zij t priesters des Allerhoogsten !" :
—
;
—
Een
immers
heeft nooit rust, en toch een priester werkt aldoor offerend. „Otterend, gelijk de heilige apostel Petrus zegt, otteranden, die Gode aangenaam zijn door Christus Jezus." Alzoo is dus onze roeping, broeders, en dusdanig is onze dagorde Priesters des allerhoogsten Gods, om otteranden te otteren aangenaam Gode den Vader door Christus Jezus. nooit,
priester
maar
is
Zoo zegt het uitwendig Woord het ons en in dat W^oord de Heilige Geest. zie, nu komt er ook een woord van binnen, een Woord óók dienzelfden Geest, en daarin verwijt die Geest ons, dat wij als bedrieglijke priesters en priesteressen in het heiligdom verkeeren en den naam onzes Gods verontreinigen.
Doch
door
Die scherp- verwijtende stem is liefde, is barmharligheid, is genade. Het is een stem die den zinkenden priester, de zóó zóó in den stroom der zonde onderduikende priesteresse, nog ophoudt. Al zijn doen is majesteit; majesteit in het behouden. God, de Heilige en Heerlijke (want Hij is een groot Koning en Heere der heirscharen is zijn naam) God ziet dat we onze priesterlijke zalving
we dat
ontheiligen,
dat
we
bij
heilige en teedere zelfs
het
altaar niet recht verkeeren, dat
durven verachtelijk maken, en daarom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's