Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 62

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 62

3 minuten leestijd

B2 en

eerst

Het

door

lot

van

zijn

den

optreden

mensch

als

Priester waarlijk een tempel werd.

werkt

daarom

op

het

lot der

wereld

terug.

Zoolang zedelijken

maar

de staat

omgeven

mensch in

zijn

ongeschondenen, maar nog onbeslisten

verkeerde, is de naaste wereld om hem een paradijs, door een wereld, die nog vatbaar is om den vloek te

ontvangen.

Toen 's menschen natuur geschonden was en hij gekozen had voor de zonde, verloor ook de aarde haar paradijs en werd ze besloten onder denzelfden vloek, dien de mensch over zich had gebracht. „De aarde is vervloekt om uwentwil. Distelen en doornen zal ze u voortbrengen, en in het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten."

Maar hier volgt dan ook uit, dat, komt er in het lot van den mensch een keer ten goede, die gunstige verandering ook op het Deelt de schepping met den gelot der schepping moet nawerken. vallen mensch zijn vloek, dan moet ze ook met den weer opgerichten mensch die wederoprichting deelen. Dus leert de Schrift het dan ook.

Na de hemelvaart is, zoo leert de Apostel Petrus, Christus Jezus in de hemelen ontvangen, om daar te blijven „tot de tijden der wederoprichting aller dingen." En niet eerst den Apostel was dit geopenbaard, Eeeds de Profeten kenden dit mysterie, want Petrus voegt er nadrukkelijk bij „die God gesproken heeft door den mond al zijner heilige Profeten van alle eeuw." Ten bewijze heeft men zich dus niet te beroepen op een enkele Godspraak van Jesaia, omtrent „den nieuwen hemel en de nieuwe aarde." De bedoeling des Apostels strekt veel verder. Hij betuigt, dat de wederoprichting, niet slechts van Israëls Koninkrijk, maar van alle dingen, dus van het heelal, tot het abc der Openbaring behoort, grondtrek is van geheel de innerlijke huishouding der Schrift, en derhalve een hoofdelement vormt in alle kennisse van God en goddelijke dingen. Jezus sprak dan ook tot de Joden, als van een geloof dat algemeen onder hen heerschte, toen hij zei: „Elias zal wel eerst komen :

weder oprichten.'' onmisbaar bestanddeel van de prediking van alle Profeten in alle eeuw, is, dat alle dingen, die nu gevallen, ingezonken en vernederd zijn, eens weer staan te worden opgericht. en

alles

Alzoo,

Nu

opmerkelijk, dat Jezus in het beteekenisvol woord, dat voor deze „wederoprichting aller dingen" juist hetzelfde woord bezigt, dat anders uitsluitend gebezigd werd voor de wederoprichting van den mensch. Immers, hij noemt de heris

we boven

het

dit artikel plaatsten,

dingen: de wedergeboorte. „In de wedergeboorte zult gij op twaalf tronen," dat is, in den dag mijner heerlijkheid, als het nieuwe leven in de geheele schepping zal doorbreken. Dit eenigszins bevreemdend gebruik van de uitdrukking „wedergestelling aller

zitten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 62

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's