Practijk der godzaligheid - pagina 178
170 aanstoüds de veerkracht, het zedelijk vermogen gaat werken, om die prikkelde onverzettelijkheid te overwinnen. N,iet dat we ook maar in het allerminst deze zonde wenschen te verirdélijkcn. Daarvoor beware de Heere God ons! Al ons bedoelen is nia:ir dat men een rt^fhtvaardiy oordeel oordeele, en niet voor ongeneeslijk een twaal houde, die slechts onvatbaar is voor acute uitg(
bninding. der zaak is er slechts één soort van „stilzittoetreden en mcêgjian we geen de minste hope mogen of kunnen koesteren, dezulken bedoelen we, die slechts met de lippen beleden, wat ze dan nog soms gedachteloos en op den klank af nabazelden van de Souvereine eere en majesteit van Koning
Keen,
in
teüdcu",
op
den grond wier
Jezus.
Natuurlijk dezulken kunnen niet buigen, omdat ze niet in waarheid vau Jezus zijn. Ze dwepen wel met zeker Christelijk ideaal; ze vonden wel iets in de poëzie der Christelijke mysteriën; maar het bleef hun li(fli)ks alles onwezenlijk. Tot den grooten stap, om te zeggen: „Ik souverein af en Jezus
Souvereiu over mij in zijn kerk!" konden ze niet komen, omdat hun hnri onbekeerd bleef en het zaad der wedergeboorte niet in hen Oii! kiemde. Alle spreken van 's Heeren volk, alle roepen van de stem der historie, alle getuigen ook van de gereformeerde tolken in onze dagen, kini dus geen vat op hen hebben, \^ant of wij al de Souvereiuiteit van Koning Jezus opheffen, hen laat dit volkomen ongevoelig, onVer:>chillig en koud. Tenzij dan dat deze mannen alsnog door het wondere werk van Gods genade overgezet wierden uit het rijk der duisternis in het Koninkrijk van den Zoon der liefde, mag op hun eindelijk bijvallen dus nimmer gerekend. Maar dat hoeft dan ook niet. Zelfs vragen we: Zou het wenschelijk wezen? Mag, kan onzerzijds gewenscht dat deze verstandelijk zeer ontwikkelde, maar geestelijk geheel doode personen, meê optrekken in den strijd tegen den Midianiet? Steekt het dan in de veelheid der raadslieden? Is dan 's Heeren arm verkort, dat Hij niet machtig zou zijn door weinigen te verlossen? We mogen geen oordeel vellen, maar toch mag de vraag niet onderdrukt, of niet menigeen, die meegaat, beter deed terug te treden» opdat zijn oordeel niet te zwaarder worde. Als eens allen, als in de dagen van Gideon, buigen moesten, om hel dru})pelke water met de tong op te lekken, wie weet hoeveel meer er afdropen, dan men ooit vermoed zou hebben. Want zijn er ond(;r de „stilzitters" die hun hemelsche, maar valsche kalmte aan het giftig amfioen van hun ijdele idealen danken, zonder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's