De leer der Verbonden - pagina 189
179 vingen; en dat worden dan eigenlijk de interessantst en, de eigenlijke voorwerpen van bewerking voor den prediker. Geheel deze derde staat nu is een puur verzinsel, en een allerverderfelijkst verzinsel bovendien. God de Heere doet in zijn Woord alles er op uitloopen, om ons tot een keus te bewerken. Hij wil voor of tegen. En zie, tegen dat dwingen van Gods Woord tot een keus, komt nu die „drie-statendrijver" in verzet, en schuift op elk punt der leer een denkbeeldig iets tusschen God en Satan, tusschen Genade en Zonde, tusschen Waarheid en Leugen én zoo ook tusschen Dood en Leven in. Zie, een dusgenaamd bekommerde ziel is óf een reeds geboren kind Gods, maar dat nog in de windselen ligt, en er dus uit moet geholpen, óf wel zulk een bekommerde is een vijand Gods met een sluier voor het gezicht, en dus een die zichzelf en anderen bedriegt, en aan wien de sluier hoe eer hoe beter van voor het gelaat moet afgerukt.
Een flinke, doortastende prediking zal die bekommerden dus helpen, door ze van die halfheid af te brengen, deels door de „ingebeelden" te ontmaskeren en uit de valsche in de ware bekommering te brengen, en deels door de waarachtig bekommerden door te doen breken klaarheid. Maar die ellendige „drie-statenprediking" houdt de tot arme zielen op; doet die ingebeeld-bekommerden al dieper achter hun sluier wegschuilen; en maakt dat die nog gebonden kinderen Gods zich al vaster in de windselen verwikkelen. Het heet een barmhartige, maar het is een door en door onbarmhartige prediking. En het is voorÉfl uit die valsche leer, dat de schrikkelijke jammerstaat geboren wordt van een „stille en geruste", o, zoo rechtzinnige gemeente, doch waar alle zaligmakende werking van Gods heerlijke genade ontbreekt.
Wil men nu dit schadelijk onkruid met wortel en tak uitroeien, dan is niets zoozeer noodig, als om de Uitverkiezing zuiver te houden door het leggen van den rechten nadruk op het Verhond. Het is volkomen waar: er zijn Of(?rp'ayi(/stoestanden, er zijn vermengde toestanden, er zijn onbewuste toestanden maar, en hier komt het nu op aan, al deze zwevendheden, die van ons leven in den tijd onafscheidelijk zijn, moogt ge niet in de Verkiezing indragen, maar moet ge tol hun recht laten komen door het Verbond. Niets zoozeer als dat laten schieten van het Verbond heeft de zielen der menschen van de Verkiezing afkeerig gemaakt, en waar men er aan vasthield, de werking van haar belijdenis vervalscht. En gelijk het in vroeger eeuwen geschied is, zoo, we zijn er zeker van, zal het ook nu gebeuren, dat een juiste inverbandzetting van Verbond en Verkiezing weer duizenden tot de erkentenis van deze ;
hoogheilige
aan konden.
waarheid
zal
brengen, die er vroeger niet aan dorsten of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's