Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 252

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 252

3 minuten leestijd

!

!

242

De

„Christus in ons" en de „Christus voor ons" saamgevloeid in éénvan genade en barmhartigheid! Daarom volgt er in Jesaia's Godsspraak op het „In al hun benauwd-

zelfde gestalte, vol

:

heden was Ik benauwd", nog dat andere: gezichts heeft hen behouden!''

„En

de Engel mijns aan-

De engelen zijn vriendelijke, geheimzinnige, maar daarom toch zoo aanminnige geesten. Ze bevolken den hemel en vervullen den hemel der hemelen met hun heirscharen en zweven om den Troon des Almachtigen en doen het lied der eere door alle kreitsen hooren, het „Heilig, heilig, heilig

de Heere!"

is

God omhoog en de aarde beneden en wat daar is niet een tusschen is een doodsch en gapend ledig. Het is alles in Gods schepping bezield, van leven tintelend, eere gevend Hem, die de fontein is van alle goed. Dat bezielde, dat levende tusschen God en ons hart nu zijn de engelen. Nu tot ons doordringend, dan zich omfloersend, steeds ons omzwevend, ons altijd nabij. Van ons opklimmend en tot ons nederdalend, geesten van dienst, niet van heerschappij over menschen, om ons uitgezonden, zoo anders de zaligheid onze erfenis werd. Zijn ze allen op eenmaal, al hun heirscharen door eenzelfde machtwoord geschapen, of ging hun schepping nog voort? Wie zal hier antwoorden? Kon gissen volstaan, we zouden het laatste meenen. Dit staat vast, dat Hij die ze vóór de morgenstarren schiep, ze ook na den val in Eden scheppen kón. Dit óók, dat hun natuur en aard zich voor den Messias leende, dat Hij zich met hun gestalte vereenzelvigen, hun vorm aannemen, in hen verschijnen kon. Zoo dikwijls het tot dit wonder der Barmhartigheid kwam, verscheen de Engel des aangezichts, dan eens „de Engel des Heeren," dan die Er

„des Verbonds" genoemd. Keeds dat was een Maranatha! Een komen van den Heere tot zijn volk. Yoorloopig slechts om door een heengaan gevolgd te worden, ijlings weer afgebroken, maar toch een komen, een verschijnen, een zich openbaren, een hen toespreken, een redden, een troosten. Een vluchtig, even slechts genoten Maranatha, maar niettemin van het Maranatha, dat we beiden, heerlijke, zielsterkende groote, volle profetie

Nog toch die

die komt, maar de tente dezer wereld, als een reiziger morgen weer van ons te gaan, maar toch om te

niet Bethlehem,

reeds

een

inkeert,

ja

nog niet de doorluchtige dag

inkeeren

om

in

vernachten.

Nog

niet Bethlehem.

Geen menschwording van den Zone Gods, geen Vleeschwording van het Woord was het nog. Met God één zouden we dan eerst zijn, als Godzelf

onze

natuur had aangenomen,

als

onzer één, uitgenomen de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 252

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's