Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 93

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 93

2 minuten leestijd

79 of hart, wier rang niet verder reikt, wier greep God de Heere ruimer maakte, en die nu eenmaal met uw sneller stap niet meê kunnen. Zoo ziet men dus wel, hoe ook hier God de Heere weer slechts tot zijn eere behoeft te komen, om ons van zonden vrij te maken. Erkent, belijdt en aanbidt ge God den Heere als den vrijmaehtigeu Uitdeeler en eenigen (ïever van alle verstandelijke, lichamelijke en geest niet

gaven, dan vloeit hier vanzelf uit voort, dat ge uw zelfverheHing en hoovaardij eens voorgoed varen laat, en omgekeerd van alle „verachting van uw broeder" warsch, veeleer waardeering zult hebben voor de kleinste gave die ge in uw broederen ontdekt. En diezelfde aanbidding zal dan tevens bij den minder bedeelde te weeg brengen, dat hij op zijn beurt, den broeder niet meer benijdt, noch ook klaagt dat hem zooveel minder wierd geschonken. Kortom er zal dan, wijl er eerbied voor God is, ook eerbied onder menschen onderling wezen, en de eenige zonde die te bestrijden blijft, zal zijn, dat gij u keert én tegen den man, die slechts drie talenten hebbend, ziclt aanstelt alsof hij er vijf ontving, én tegen den ontevredene, die wel terdege, zij 't dan ook met slechts één talent door zijn God bedeeld, er op toeleeft als ontving hij niets. geestelijke

Die

he.ide

Want

zonden moeten

altijd

bestreden.

in beide steekt de leugen en in die leugen

miskenning van

Gods doen.

XXIX.

€n

ift

Mijn

liicrU ooft! Vafler werkt

tot

ook.

nu

toe en ik

Joh.

5

:

werk 17.

„Arbeiden

en werken" staat voor ons besef, in onze taal en naar opvatting zoogoed als gelijk met „zwoegen in het zweet zijns aanschijns," met slaven en sloven. Als vanzelf denkt men bij „arbeid" aan werken met de spieren, aan lichaamsinspanning en aan arbeid met de hand. En als iemand wel bezig is, maar nooit „zijn handen heeft te gebruiken," zegt een heel deel der menschenkinderen, „dat zoo iemand niets uitvoert."

gewone

de

En nu het

dat

schijnt dat misverstand wel onschuldig, niet.

Zelfs

is

maar metterdaad

het in niet geringe mate oorzaak

is

van schade

voor ons geestelijk leven. Want zie toch, indien men eenmaal voet geeft aan het valsche denkbeeld, alsof alle werk juist uitwendige, zichtbare, beweeglijke arbeid moest zijn, dan ligt het zoo voor de hand om én van de Öabbats-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 93

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's