Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 168

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 168

3 minuten leestijd

158

om

ons hart aan haar gebonden te houden. Deze in ons weg door verborgen onzichtbare werking, en menige woekei-plant, die op onze ziel teerde, laat ten leste van zelf los, alleen wijl God er ons toe bereid heeft. Maar, deze werking uitgenomen, is het werk Gods in onze „heiliging" uitsluitend middellijk, en wel in dubbelen zin. De Heere werkt op den wedergeborene door zijn Woord in vollen omvang. Niet slechts door zijn Woord in de Schrift, maar evenzoo door zijn Woord in levensloop en levensbeschikking, dat juist sinds zijn wedergeboorte, bij het licht der Schrift, een leesbaar Godswoord voor hem geworden is. In dat dubbele Woord spreekt zich Gods wil uit, teekent de Heer hem telkens klaarder wat opgenomen, wat uitgescheiden moet worden, en ontvangt elk bestanddeel des levens, dat zich aan hem voordoet, al duidelijker keur, van bij zijn leven te behooren, of, als strijdig daarmee, voor oordeel en verwerping rijp te zijn. Dit versta men echter niet zoo, alsof van Godswege slechts zijn wil en vermaan tot ons kwame, om voorts door ons te worden opgevolgd en volbracht. Dit te wanen ware het uiterste der oppervlakkigheid en een onduldbare miskenning van Gods Woord. Dat Woord toch is voor den wedergeborene een werkelijke kracht, een kracht, die tot alles doordringt en zich een weg baant tot de samenvoegselen der ziel. Gelijk het licht de bloem naar zich toe trekt, om ze door zijn warmte te koesteren, zoo is ook het Woord Gods een kracht, die in het luisterend hart een ontwijfelbare beweging te voorschijn roept. Wie tot de volbrenging van Gods Woord komt, is er door dat Woord zelf toe getrokken. Niet uit hem geweld, maar uit dat Woord hem toegevloeid is de kracht, die op het hooren van dat Woord in hem tot openbaring kwam. Gelijk de liefde boeit, zoo boeit dat Woord, niet wijl wij ons geven, maar wijl we ons niet onttrekken kunnen. Bij den niet-bekeerde mist dat Woord zijn aansluiting, maar in den geloovige heeft het zich door de wedergeboorte zelve toegang en hulpe bereid. Dat Woord moge, om tot de diepte onzer ziel door te dringen, honderdvoudige herhaling behoeven, het moge de verscherping van smart en lijden vereischen, om zijn toonen tot in die diepten onzes gemoeds te doen afdalen, en dus schijnbaar een tijdlang zijn kracht op onzen weerstand verspillen, ten laatste boort het ons toch in de ziel, en zóó heeft de ziel het niet beluisterd, of voelt het aan haar machtig trillen, zij erkent zijn heiligen oorsprong, dat die toon uit de diepte des Eeuwigen geweld is, en geeft zich gewonnen, wijl ze zich door Machtiger gegrepen en in die aangrijping gezaligd weet. Maar ook gaat de middellijke werking Gods door den te heiligen persoon zelf. Wel kan ook buiten hem om, door een schikking Gods, een hem aan zich hechtende zonde worden losgemaakt, als hij uit den hem verleidenden kring, uit de voor hem gevaarlijke omgeving wordt verplaatst; maar in den diepsten zin is hiermee nog geen wereld saamwerken,

nu neemt de Geest der heiligmaking

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 168

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's