Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 225

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 225

3 minuten leestijd

211

Maar zullen wij, Christenen, daarom het denkbeeld van „ernst" van de ongeloovige wereld, met haar klemtoon er op, overnemen? Omdat in die zeer lage kringen de „ernst" hoog staat, is daarom niets meer dan ernstig niet nog een veel te „laag" standpunt, gezien bij het zooveel hooger en heerlijker ideaal, dat in het kruis van Jezus voor ons treedt? Zie, Gods Woord weet van dien „ernst" en dien „ernst des levens" dan ook zoogoed als niets. Wel komt de uitdrukking „met ernst", „ernstelijk" en „ernstig" enkele malen in de Schrift voor, maar in gansch andere beteekenis, dan waarin men thans van „ernst" spreekt. 36 enz. niets anders zeggen, „Met ernst hooren" wil in Exod. 15 dan „het gehoor er toe inspannen". „Ernstelijk" iets doen beteekent 4 enz. niets anders dan „er met ijver zich toe aanin Jeremia 22 gorden". Maar van een „ernst", die als een op zich zelf staand iets, een soort aparte deugd, en wel aller deugden moeder zou zijn, leest ge in Gods Woord niets. „Ernstig" in dien zin is bij ons eerst opgekomen door de Coccejanen, waarvan het beter deel, om wel te doen uitkomen dat ze niets met de luchthartige on vroomheden der anderen wilden van doen hebben, zich als de „ernstige" Coccejanen aandienden. En sinds nam het gebruik er van toe, naar gelang de wezenlijke ernst des levens afnam. Hoemeer alles spel werd, hoemeer het voor de hand lag, er telkens bij te zeggen, dat men niet speelde. En voor dat niet spelen was „ernstig" dan het voor de hand liggend woord. Maar juist daardoor is dat dwepen en schermen met „ernst" dan ook in den grond der zaak minder gepast in Christelijke omgeving; waar het doek waarop de idealer beelden zullen getooverd worden, :

:

vanzelf reeds begint met ernstig getint te zijn.

Als de Schrift ons aan wil grijpen, ons wil wakker schudden uit onze onnadenkendheid, en ons plaatsen wil voor de eeuwigheid, neen, dan komt ze ook niet tot u met het in den grond laffe zeggen: „Wees toch wat ernstig!" maar dan zegt ze heel anders, veel dieper, onvergelijkelijk rijker „ Vreest God." „Vreeze Gods", dat is de taal der Heilige Schriftuur voor wat onze eeuw thans met „ernst" wil. Maar let dan ook op het zooveel hooger en heerlijker standpunt, daardoor uitgedrukt. „De man van ernst" is een zelfgenoegzame, die toornt tegen de onwaarheid en de alles weglachende ijdelheid van zijn omgeving, en die er zich nu tegenin zet, hij de betere, om „meenens" in het leven op te treden en te denken bij wat hij doet, en te rekenen met de gevolgen, en het oog te houden ook op wat men niet ziet. Maar dat alles gaat in eigen kracht; door eigen voortreffelijkheid; deze ernstige mjinnen vormen in eigen oog een soort zedelijke aristocratie. De „vreeze Gods" daarentegen snijdt opeens dien Arminiaanschen distel bij den wortel af en legt u, die niet lacht, mét al die lachers :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 225

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's