Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 41

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 41

3 minuten leestijd

31 heilig reinigt,

worden die

of

zal

onheilig blijven:

een vat der eere

„Indien dan iemand zich geheiligd en bekwaam

zijn,

zei ven tot ge-

bruik des Heeren" (2 Tim. 2 21). Wie uitverkoren zijn, weet de Heere „Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dezen zegel: De Heere kent de zijnen! en: Een :

:

iegelijk

die

den

naam

rechtigheid" (3 Tim. 2

des :

Heeren

aanroept,

sta af

van

alle

onge-

19).

En dit zijn niet „alle menschen, hoofd voor hoofd". „EenigéJn. hebben zich aireede afgewend achter Satan" (1 Tim. 5 15). Maar wel menschen uit alle volk. Want daarin bestaat mee de groote verborgenheid der godzaligheid: „dat God geopenbaard in het vleesch gepredikt is onder de heidenen" (1 Tim. 3 16). Een eindelijk, die van Christus zijn, hebben een pand dat hun niet kan ontnomen worden, want God bewaart het voor hen: „Ik ben verzekerd, dat God machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren" (2 Tim. 1 12). :

:

:

Geheel de leervoorstelling van dezen brief druischt dus lijnrecht tegen het denkbeeld van een genade die aan een iegelijks wil en

hangen zou in, en rijmt daarentegen volkomenlijk met de door verdedigde uitlegging van dezen tekst, waarnaar de woorden: „God wil dat alle menschen zalig worden", uitsluitend bedoelen: de titel om der zaligheid deelachtig te worden^ ligt naar Gods raadsbesluit, niet daarin dat ge Jood of Griek, maar daarin dat gij werk mij

MENSCH

zijt.

Dat en dat alleen den voorgrond wordt

het wat in deze brieven telkens met klem op Gods barmhartigheid rekent niet met onze schotjes en hokjes en enghartigheden en gaat evenmin naar rangen of standen of landstreken, maar rekent alleen met den mensch als mensch, en dus met alle volk onder menschen, met ons menschelijk wezensoort als zoodanig. Men zegge dus volstrekt niet „alle menschen" beteekent hier „alle is

geplaatst.

:

uitverkorenen onder de menschen" noch ook doe het voorkomen als stond er alleen: „Ook onder heidenen zijn uitverkorenen", o Neen, er ligt een veel rijkere en hoogere en prachtiger gedachte in. Deze namelijk: dat in de hel alleen zulke rampzaligen komen, die ophielden menschenadel te bezitten of ook in Christus niet tot dien menschenadel weerden hersteld. Of wil men: „dat de zaligheid in het raadsbesluit met geen eeuwen of af komsten of hoogheden heeft gerekend, maar alleen gevraagd heeft: wat mensch was. En dus dan ook ten slotte die andere, dat de kerk van Christus op den doolweg is, als ze geen kracht meer heeft, om zegenend haar hand over alle volk uit te breiden, als ze eindigt met alleen maar voor zich zelf te bidden, en haar wereld-hti^oktnis, vergeet. ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 41

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's