Het heil in ons - pagina 116
106 ze niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden Gods met een ernstig voornemen beginnen te leven." Een kustlicht, dat men bij alle prijzens waarde pogingen in onze dagen, b. v. om den demon van den dranklust te bedwingen, wel zeer scherp in het oog dient te vatten, om niet ongemerkt uit de Christelijke strooming af te drijven. Want die strooming is geen andere en kan nooit een andere zijn, dan dat het nieuwe leven in ons een werk Gods en niet van menschen zij, en alsnu volmaakt blijke volstrekt niet in een enkel stuk, maar
dat
in al zijn deelen.
„De mensch Gods moet volmaakt
zijn," gelijk Paulus aan Timotheüs naar Paulus' eigen uitlegging: volmaahtelijk toegerust tot ALLE goed werk." Wat onberispelijk bewaard moet worden voor den dag van Jezus' toekomst, is naar luid van zijn brief aan de Thessalonicensen „een geheel oprechte geest, maar ook evenzeer de ziel èn het lichaam." We moeten God liefhebben, niet slechts „met het hart, maar ook met de ziel, maar ook met het verstand, ja met alle vermogens (krachten) die aan ons wezen geschonken zijn." Kortom een heiliging moet door Christus in ons uitgewerkt, maar zóó, dat Hij ons heilige, niet naar een enkel deel van ons wezen, maar schrijft,
dat
is
:
„geheel en al".
Zulk een volmaaktheid echter, die ook naar onze overtuiging den kinderen Gods alleszins toekomt, verschilt hemelsbreed van die andere volmaaktheid, die op zoo hinderlijke wijze door de Enthousiasten gedreven wordt: t. w. de volmaaktheid in de trappen. Dit toch houdt in zich, dat in het kind van God niet slechts alle deelen van het nieuwe leven in kiem aanwezig zijn, maar ook dat elk dezer deelen reeds hier op aarde zóó ver kan ontwikkeld worden, dat er geen tekort en dus geen zonde meer bij overblijft. De volmaaktheid der trappen valt saam met de volmaaktheid van
Gods
wet.
In dien zin volmaakt zijn sluit dus in zich, dat men al de geboden Gods en elk dier geboden in volkomen geestelijken zin, in al hun omvang en naar hun zeer wijde, oneindige strekking, onafgebroken houdt.
Houdt, niet naar den standaard des burgerlijken samenlevens, nog ook naar den maatstaf die in uw kerk geldt, noch naar de opvatting die in uw vromen kring gangbaar is, maar houdt naar den commentaar van den Heiligen Geest, waarin Jezus ons heeft ingeleid. Bovenal houdt, niet slechts met zijn uitwendig, maar ook met zijn inwendig wezen, d. w. z. niet voor zoover menschen ons beoordeelen, of ook onze eigen mensch zich zelf bezien kan, maar gelijk we bij het aldoorzoekend licht des Eeuwigen doorschouwd worden door het heilig oog van onzen God. En in die beteekenis nu, dat is naar de trappen, wordt de volmaakbaarheid op aarde nergens door de Schrift geleerd, altijd op het ernstigst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's