Het heil in ons - pagina 190
180 een werking der consciëntie vermeld. Bij Adam vóór den werking der consciëntie ongerijmd zijn geweest. Bij den bekeerde duurt de werking der consciëntie slechts daarom voort, omdat hij, van nature vleeschelijk en verkocht onder de zonde, zijn leven buiten zichzelven in Christus heeft. Staat het nu vast, dat de aangeboren Godskennis bij Adam vóór den val wel terdege aanwezig was, van Jezus onafscheidbaar is en ook in den staat der heerlijkheid de grondtrek zal blijven van ons wezen, dan blijkt hieruit, dat verwarring van dit „semen religionis" met de consciëntie, van min juiste onderscheiding uitgaat en dies niet mag worden toegelaten. Ook te dezen opzichte heeft vooral de ethische richting ongetwijfeld een belangrijk moment der waarheid in herinnegebracht, maar ten onrechte het spoor onzer Gereformeerde ring theologie verlaten, om een ziens wijs ingang te doen vinden, die, hoe uitnemend ook bedoeld, de behoeften der Gemeente niet kon be-
Evangelist
val zou een
vredigen.
IV.
Hef uwe oogen omhoog en zie wie al deze dingen geschapen heeft. Jesaia 40 26. :
De aangeboren Godskennis is al dacht ge God Almachtig
voor den mensch geen bezit, dat hij, een oogenblik weg, desniettemin zou blijven genieten. Ze wordt veeleer van oogenblik tot oogenblik door en uit God zelf in hem uitgestraald. Ze is de gestadige indruk van 's Heeren alomtegenwoordige mogendheid op het leven zijner ziel. Zoo
ook
men
wil het schijnsel van het licht des Eeuwigen, dat in den spiegel van zijn hart valt de aandoening van den adem des Almachtigen, die het is God in zwakker of sterker mate geheel zijn wezen trillen doet zelf, die het geruisch van de zoomen zijns kleeds op den drempel van zijn heiligdom doet doordringen tot 's menschen oor. Van een spiegel is het vermogen om het licht te weerkaatsen onafscheidelijk. Ook al wordt de oppervlakte van zijn glas door scheuren gebroken, door stof bezoedeld en van zijn glans beroofd, toch blijft het voor de inwerking van het licht aandoenlijk. Soms zelfs is het of de lichtstraal op de kanten der scheuren nog scheller speelt. Slechts één ding kan de gescheurde, verbrijzelde en bezoedelde spiegel niet meer: wèl licht, maar niet het beeld vangt hij op. ;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's