Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 152

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 152

3 minuten leestijd

142 onder den Christus te toonen, voorzeker, dan komt ook mijn ziel ten leste toe, om het „God alles" met kinderlijken eerbied te stamelen, maar voor een zinledigen besrripsvorm heb ik dan een persende volheid waarin het eindeloos vele zich verdringt.' Dit moest hier vooral met kracht op den voorgrond worden gesteld, wijl nergens zoozeer als bij de „heiliging" de weg tot zelfmisleiding openstaat, en de teederste snaar des godsdienstigen levens door niets zoozeer als door misverstand en ontheiliging w'ordt vervalscht. Treed ik een oogenblik uit de intieme, bijzondere gangen mijns eigen levens terug, om mij de heiliging van het schepsel in zijn samenhang als één groot en aanbiddelijk geheel voor te stellen, dan kan het niet in de ziel opkomen, ook maar één oogenblik aan een anderen oorsprong voor dat volheerlijk werk te denken, dan God. Evenzoo, waar ik de roerselen der ziel mij in stilstand denk, voor het leven der praktijk de oogen sluit en uit de verwikkeling en bedrijvigheid van al het zichtbare in het Mj'sterie des gebeds mij terugtrek, is in het biddend hart de aarzeling volstrekt ondenkbaar, of het al dan niet

en er

bede om heiligheid de eere zal geven aan zijn God. Wordt buiten de werkelijkheid des levens om, in godsdienstig gepeins of in Schriftbeschouwing gelijk hier, de \Taag opgeworpen: „Wie de heiliging werkt?" dan is aller gereedheid ontwijfelbaar, om met een vingerwijzing naar den Hooge te antwoorden, maar het is even onweersprekelijk, dat hiermee voor de innerlijke waarheid der zielservaring nog niets is gezegd. Een eenvoudig beroep op uitspraken der Schrift laat ons hier even verlegen. Zoolang men op schijnbaar geheel tegenstrijdige en elkaar weersprekende uitspraken stuit; eenerzijds hoort: „Ik ben de Heere, die u heilig," en andererzijds het bevel verneemt: „Hoort mij, o Levieten! heiligt nu uzelven!"; of ook op de bladzijden des Nieuwen Yerbonds naast de bede: „de God des vredes heilige u geheel en al," het vermaan vindt uitgesproken: „laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods!" zoolang, om hierin geheel de tegenstelling saam te vatten, zonder oplossing in hoogere eenheid^ onverzoend en onvereft'end, door de H. Schrift twee tegengestelde reeksen loopen, waarvan de ééne tot kenspreuk het opschrift draagt: „Zijt heilig want Ik ben heilig," en de andere aan de bede des Zoons gekeud wordt: „Vader, heilig Gij ze in uwe waarheid !" kan een beroep op deze uiteenloopende getuigenissen ons niet verder brengen en is slechts een spelen met de Schrift denkbaar, waarbij beurtelings elk der strijders zich uit het Schriftwoord een lauwerkrans vlecht, waarmee hij zich als overwinnaar tooit. Wel diende dan te worden toegegeven, dat de Schriftplaatsen, die op God als Bewerker der „heiliging" w ijzen tien zijn, tegen de woorden van vermaan tot eigen „heiliging" één, maar tenzij men de meerderheidstactiek ook op de Schrift wilde

in

dus

zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's