De leer der Verbonden - pagina 229
319 III.
DE VOLHEID DER OPENBARING. Gaat henen, onderwijst alle volkeren, ze doopende in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Matth. 28
:
19.
Niet het Doopsbevel, maar de Openbaring van het Drievuldig Wezen staat in het Schriftwoord, dat ons bezig houdt, op den voorgrond. Dit spreekt reeds uit den aard der zaak. Op den voorgrond in ons woord treedt wat daarin nieuw, onverwacht, rijk aan inhoud is, terwijl het reeds bekende zich meer in de schaduw verliest. Komen er nu in dit laatst vaarwel onzes Heeren twee hoofdmomenten voor, 1^ de Doop en 3. het noemen van den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, en stemt ieder toe, dat de Doop reeds allerwegen bekend, daarentegen het noemen van den Drieëenige bij zijn vollen naam nog nimmer gehoord was, dan zou reeds daarom de voorzichtigheid eischen, dat we meer in die Openbaring dan in dien Doop de eigenlijke strekking van Jezus' uitspraak zochten. De Doop als zoodanig was niet nieuw. Zonder den ouden strijd over den proselietendoop te hernieuwen, mag men toch veilig zeggen, dat reeds voor het optreden van Johannes den Dooper de indompeling in water, als ceremonie van inwijding en symbool van reiniging, in zwang was. Stellig weten we, dat de voorlooper des Heeren den Doop tot algemeene bekendheid in gebracht had en dat sinds Israël zijn martelaarsdood in Machaera de heugenis van het Doopsel, althans in den kring van Jezus' jongeren niet teloor was gegaan, dat waarborgt ons de Doop door Jezus zelf ondergaan en die immers met zijn gedoogen, voortdurend door zijn jongeren toebediend werd. Het is dan ook aan geen redelijken twijfel onderhevig, of al de discipelen des Heeren waren reeds gedoopt, eer ze dit dusgenaamde Doopsbevel ontvingen; en gesteld ook al dat dit laatste woord door Jezus ware teruggehouden, toch zou ongetwijfeld de Doop, als inwijdingsacte, in praktijk zijn gebracht bij allen, die op de roepstem der apostolische prediking wilden toetreden tot het Koninkrijk Gods. Op zijn hoogst genomen, zou Jezus dus slechts een bestaand gebruik bestendigd, een reeds in zwang zijnde ceremonie voor zijn Koninkrijk hebben overgenomen en door zijn ondubbelzinnige verklaring een einde hebben gemaakt aan alle tegenspraak, die over de onmisbaarheid van het Doopsel onder zijn volgelingen kon rijzen. Zoolang echter nog een gevoel van het betamelijke en Gode-waardige onze uitlegkunde beheerschen mag, vragen we vrijmoedig, of men zulk een matte herhaling een stotfe voor zoo heilig en plechtig oogenblik durft noemen,
Gods
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's