Dat de genade particulier is - pagina 156
146
Dan
baat
het
geboden, maar
hij
of ge al zegt, dat God hem het heil wel aanhet verworpen heeft, want wat waarborgt u dat hij, alle dingen helderder inziende, niet ijlings dienzelfden niet,
na zijn dood, nu Heiland te voet zou verwierp
vallen,
dien
hij
in zijn leven, misleid door schijn,
?
Neen, met ons eigen hart tot maatstaf, dan worde het maar rond open en vrijuit erkend, dat een beslissing voor eeuwig aan deze zij van het graf ondenkbaar is, en dat Gods eeuwige liefde en grenzenlooze barmhartigheid dan eerst beantwoorden zal aan het hoogst en schitterendst ideaal, dat ons hart en onze ziel zich vormt, als alle heden of hiernamaals, de vreugdevolle gelukzaligheid deelachtig ziel, wordt en het accoord van Gods engelen en uitverkorenen door niet één enkelen rauwen smartkreet uit de diepte der hel wordt gestoord. „Te baren ter verstoring" is reeds voor de vrouw op aarde een diepgevoelde smaad, die haar het aangezicht met den sluier van den weemoed doet toedekken, en hoe zou het dan eere, hoe glorie en heerlijkheid voor God den Almachtige en Schepper kunnen zijn, „te scheppen ter verstoring" en te genereeren voor het verderf? Kon dus menschelijk inzicht hier het pleit beslechten, dan smore niemand het op zijn lippen, dat dan de nu door ons verworpen
en
moderne leeraars veeleer als de apostelen eener zuiverder belijdenis, zouden te eeren zijn. Maar ook, getuigt de Heilige Geest in de Gemeente des Heeren reeds nu luide van de geestelijke dorheid en verstoring, die allen akker sloeg, waar deze prediking van „de zaliging aller zielen"
over uitging; ziet
bij
het licht des Geestes reeds
nu
elk
geestelijk geoefend oog, dat ervaring deze ingebeelde wijsheid ten spot
en getuigt die Geest inniger en doordringender nog in den verborgen omgang der ziele, dat deze prediking de zielen misleidt en indruischt tegen de dingen, zooals ze daarboven bij God zijn, en dus niet opvoert maar neertrekt; dan, wat ik u bidde, broeders, laat dan uw oogen zich ook ten volle openen en kiest of deelt. Zegt dan niet: Zoo zullen we dan nu de ergste, scherpste punten van de leer dier nieuwe profeten ietwes afpunten en er iets uit Gods Woord bijdoen, en alzoo een kostelijken wijn mengen, uit den wijn van 's Heeren wijnstok en de kleurlooze wateren van ons eigen menschelijk inzicht, maar laat ons dan mannen uit één stuk, kinderen des geloofs en liefhebbers des Heeren zijn, door dan ook onvoorwaardelijk alle mensbhelijk inzicht voor niets te achten en als eenige bron der kennisse van Gods ondoorgrondelijke barmhartigheden dat heilig, heerlijk Woord aanprijzen, dat in de Schriften tot ons spreekt. De dwaalwegen zijn zoo vele en te over, dat een vast besluit en kloeke zin, om op den rechten weg te komen voor elk die in het duister dwaalt, zoo onmisbaar is. Wat nu de Heilige Schrift ons onderwijzen zal, zij daarbij geheel aan den Heiligen Geest overgelaten. Bij ons kan maar één ding on-
maakt;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's