Heils termen - pagina 20
!
10
van haar glanzig:heirl beroofd zijn. Wordt er dus een mensch geboren, dan ligt die mensch daar als een onopgelost raadsel, als een gesloten boek, als een geheimzinnige X voor ons, We zien een kind, maar weten niet wat het is of zijn zal. Geroepen om zulk een kind een naam te geven, regelen we ons dus niet naar den indruk, dien het pasgeboren wicht op ons maakt, maar noemen het met een klank, die uit andere oorzaken ons lief is geworden, en binden geheel uitwendig dien „naam" met dat „wezen" saam. Slechts in één opzicht wordt nog iets van de oorspronkelijke beteekenis van den „naam" door ons gevoeld als we iemand een bijnaam geven, of als het booze hart den medemensch met een scheldnaam begroet. Dan wordt een naam gekozen, die niet maar een zielloozen klank doet hooren, maar een zeer verstaanbare beteekenis heeft. Dan wordt zulk een naam niet maar op den gis af genomen, maar door het kwade, dat we in anderen gispen willen, volstrekt :
Wel een jammerlijk teeken onzer
innerlijke verbrokenheid de zonde machtig wordt, als haat ons aangrijpt en nijd het hart bezet, dan is het of onze geest zich verdiept in zijn oorspronkelijke kracht. Hoe menig hart, dat stomp in het heilige bleef, bleek in dit nijdig werk der zonde vindingrijk te over. Zoo vonden we dan deze tegenstelling In de gemeenschap met God zijn naam en wezen één (paradijstoestand), maar in de afscheiding van God verliest de naam zijne beteekenis (toestand der zonde). Eeeds vooruit konden we derhalve vermoeden, dat de naam zijn bebeteekenis allengs terug zal krijgen, zoo het leven met God hersteld wordt en de gevolgen der zonde te niet gaan. En werkelijk, zoo vin-
bepaald.
Dan,
als
:
den wij het. In zijn onnaspeurlijke ontferming heeft de Hcere zich weer tot den gevallen zondaar gewend, en door zijn Woord en Geest een gewijd en geheiligd leven te midden dezer ontwijde wereld tot aanzijn geroepen. Yan dat gewijde leven was oudtijds Israël de drager; in den Zoon is dat goddelijk leven ten volle geopenbaard, en door de Schrift, door het Woord zijn ook wij met dat gewijde leven in aanraking gebracht. En wat vinden wc nu? Immers, dat juist bij dat gewijde volk, op die gewijde erve, in dat gewijde woord, kortom, dat op het geheele terrein van Gods Openbaring de „Naam" des menschen een gewicht en beteekenis bezit, die we elders vruchteloos zoeken. Wel weten we, dat ook bij andere Oostersche volken de naam zinrijker was dan bij ons, maar dit ontneemt niets aan het eigenaardig karakter van den „Naam" in de Schrift, en toont slechts, dat ook het leven der ongewijde volkeren, door den Heere als voorbereiding voor zijn heilige Openbfiring gebruikt wordt.
Elk die in de Schrift geen vreemdeling is, weet, hoe de beteekenis, door den naam uitgedrukt, ^schier op elke bladzijde dier gewijde oorkonden, de Naamgeving beheerscht. De namen der volkeren en der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's