Honig uit den rotssteen - pagina 125
!
:
111
En daarom, als een zondaar nu bekeerd is, dan is de wervel in hem losgemaakt, zoodat zijn hoofd nu om kan gedraaid, en Gode van den nek het aangezicht kan toegekeerd. Vroeger kon Toen was die wervel stijf en zat onwrikbaar. Maar nu is hij bekeerd. Dus nu kan het. Maar omdat het kan, daarom kan hij het in
plaats
dat niet.
nog niet. Veeleer blijft zijn eigen ik het er op aanleggen, om het aangezicht voor God te verbergen. Maar nu komt de Heilige Geest in zijn binnenste werken, en die Heilige Geest maakt dat zijn ik van dien tegenstand aflaat, en nu wel wil, en het dort, en alzoo met onuitsprekelijke beschaming, maar ook met onuitsprekelijke zaligheid,
God nu werkelijk aanziet. Zóó aanziet, dat men zijn aangezicht niet dur(l opheft'en, en het onder de bemoediging van den Heiligen Geest toch doet. Ja, het zóó doet, dat we in den grond zinken, zooals dat heilig Wezen heel ons zondig en verfoeilijk bestaan tot op den bodem „met zijn grondeloos oordeel" doorgluurt, maar toch ook zóó dat we opleven en ons zalig weten in die nooit gedachte liefde van Gods verzijn
troostend aangezicht! !" „Ik, ellendige, wie redt mij o. God, zou er voor zulk een liefde iets te wonderlijk zijn! Hallelujah!
XL. ^ij
5aï
n
i
c 1
1^
De Heere ontbreken.
„Mij zal
niets
ontbreken!^'
onttircffcn
is
mijn Herder; mij zal niets
Psalm
23
:
1.
Wie
dat gelooft die is er. Die heeft met lijf en ziel, met vrouw en kind, met nood en dood op God den Heere gewenteld. Op den Machtige, op den Alvoorziener, op den eenig Algenoegzame, ons hoogst en vrede. Die kent de rust. Die ligt
heiligst
Dan
Goed.
denkt, bepeinst en weet de ziel van een mensch in hem „Ik ben er doordien die hooge God mij schiep. Hij wist dus dat er in zijn wereld voor mij een plaats was. Dat ik in die wereld een roeping had te vervullen. En dat Hij machtig en gewillig was, om mij alles te verschaften, en te verschaften op het juiste oogenblik, wat ik op dat oogenblik voor de vervulling van die roeping noodig had." Of die roeping hoog of laag is, doet hieraan niets toe of af. Misschien heb ik maar als jongen op te passen onder aan de ladder, waarlangs een ander naar boven klimt, om te timmeren of te schilderen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's