Practijk der godzaligheid - pagina 50
42
En
vraag luidt het antwoord: SchijtiYoedmg kan aan die van allerlei akker toekomen. Versnaperingen menschen zielen der van heel den akker des menschelijken metterdaad krijgen ze ook voedend brood, brood waarbij te leven valt, brood Maar brood, levens. waar het innerlijk leven gezond en wordt, brood veel te en dat nooit bloeiend bij gedijen kan, dat haalt ge maar van één enkelen akker, en die akker is Gods Woord, of om alle zwevende misverstand te voorkomen: de Heilige Schriftuur. Niet uit den hemel, niet van den Geest, maar uit dat Woord komt
op
die
het Brood.
wat we niet bedoelen, alsof dat Woord ooit zielebrood kon opleveren zonder dat Vorst Messias van den troon door den Heiligen Geest er bij inwerkte. Waar, waar toch zou ooit de akker zijn, die halmen rijzen en airen rijpen deed, indien God Almachtig van den troon geen groei en de wolken geen regen en de zon geen koestering van boven gaf? Zoo iets maar te denken ware de ongerijmdheid zelve. Zonder God en zijn zon en zijn regen is de akker dood en Iets
komt er niets uit. Maar omdat dit nu
spant ge daarom een doek uit, om het neervallend koren uit den hemel op te vangen, of zendt ge de maaiers uit om den sikkel te slaan in den oj) het veld staanden oogst? Ge onderscheidt dus. Manna dat niet groeit, maar neervalt, vangt ge op en daar zegt ge van: Het komt uit den hemel. Maar koren dat groeit op het land, ook al groeit het alleen door Gods kracht, daar zegt ge van Het komt van den akker. Welnu, spreek zoo dan ook bij den oogst der waarheid. Er is een rechtstreeksch neerdalen van waarheid uit den hemel geweest in de dagen vanouds, eer de Schrift er was. Maar nu, nu dat Woord er is, nu groeit er wel niets op zijn akker, of het moet van boven nat gemaakt en door de Zonne der gerechtigheid gekoesterd en door den Heiligen Geest bedauwd worden, maar met dat al voelen we toch opperbest, dat dit niet meer een rechtstreeksch neerdalen uit den hemel Woords. is, maar dat het ons toekomt van den akker des Wel terdege hebben we ons dus aan dien akker der Heilige Schrift te binden. God kan zeer zeker, als ge, in stee van den akker te bouwen, op uw dak gaat zitten, aan u zeer goed, voor zooveel zijn almacht aangaat, nu nog, evenals aan Israël in de woestijn Sin, manna rechtstreeks uit den hemel schenken; maar God wil dit niet; en nu Hij u een gebod gaf om den akker te bouwen, zou dat gaan bidden op uw dak om manna, volstrekt geen vroomheid, maar een verzoeken zoo
is,
:
van
zijn eer zijn.
En daarom nu in te zien, indien
het
Schriftwoord
voegt het ons dan ook, er volstrekt geen vroomheid
sommige zijn
eer
overgeestelijke
ontnemen,
om
menschen ook nu nog aan te
wachten op „verborgen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's