Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 45

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 45

3 minuten leestijd

35

De

strijd

bewoog-

zich,

gelijk

men

weet,

om

het vijftiende artikel

had een min geestelijke richting durven schrijven: „De erfzonde is ook door den Doop ganschelijk niet weggenomen." Dit was openlijk loochening van de Doopsgenade, verlaging van den Doop tot een eenvoudige plechtigheid, en ontkenning van de werking die bij en onder het sacramenteele teeken van den verheerlijkten Heiland uitging. Daartegen kwamen de Dordtsche vaderen op. De Doop zou Doop in de Gereformeerde Kerken blijven, de genadewerking van den Doop geëerd worden, en ook te dezen opzichte de belijdenis der Christelijke Kerk van alle eeuwen worden gehandhaafd. Deswege delgden ze het gevaarlijk inkruipsel en herstelden de goede, alleen ware lezing: „De erfzonde is ook door den der

Belijdenis.

Doop

Daarin

niet ganschelick

weggenomen",

t.

w., gelijk uit het vervolg des

weggenomen ten opzichte van de toerekenbaarheid maar niet weggenomen als wortel der latere zonden.

Artikels blijkt, wel

der erfschuld, Terecht hebben Appelius en zijn aanhang uit dien hoofde geëischt, dat de Doop weer als Gemeente^SiQ,\'dimQ,\ii en niet als sacrament van den enkelen doopeling zou beschouwd worden. Dit laatste doet Kome en moet het doen, nu het er toe kwam de

wedergeboorte in den Doop te doen opgaan. Daarmee hangt Romes leer van de onzaligheid der niet gedoopten saam. Daarom ookt doopt Rome het kindeke, ook zonder dat de gemeente vergaderd is. Handhaaft men daarentegen het Schriftuurlijk begrip, dat de Doop geen persoonlijke wedergeboorte aanbrengt, maar in rapport brengt met de wedergeboren Gemeente, in de gemeentelijke w^edergeboorte indompelt, als baadt in dat nieuwe leven, dat der Gemeente van haar Koning toevloeit en deswege „bad der wedergeboorte" genoemd dan spreekt het vanzelf, dat een Doopsbediening buiten wordt, de Gemeente geen zin heeft, en dat nooddoop een ongeoorloofde acte is. De Gemeente is wedergeboren. Tot het zaad dier Gemeente behooren de kinderen der geloovigen reeds door hun geboorte, gelijk een erfprins reeds koning is, zoodra zijn vader den adem uitblies, ook al toefde de dag der inhuldiging nog. Toch is dat behooren tot de Gemeente door geboorte niet genoeg. De troonsopvolger moet, ook al is hij vorst naar erfrecht, openlijk in het midden zijns volks gekroond, en zoo ook moet het kindeke dat ons geboren wordt, juist krachtens

jjersoonlijke

"

der erfgenade, openlijk in het midden der Gemeente gedien Doop hernieuwt de Drieëenige God de sacramenteele genade aan zijn Gemeente^ wordt voor den doopeling geestelijk gewettigd wat reeds krachtens de geboorte bestond, en treedt het kindeke op, om gerekend te worden onder de deelgenooten van het .heil, deelend in de Genade der Gemeente van Christus, maar ook deelende in de ontzettende verantwoordelijkheid, bijaldien het die het

recht

doopt.

In

Genade miskent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 45

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's