Heils termen - pagina 256
!
246 storend zijn inmenjjing in de ontplooiing van dit heilig: tafereel scheen, zoo onmisbaar, zoo natuurlijk, zoo geëischt, begint ze zich thans aan u voor te doen. Neen, de tegenstelling lag niet tusschen Jezus en Mozes. Dit kon niet. Maar ziehier het contrast, dat geheel in overeenstemming met het voorafgaand verhaal is, de tegenstelling ligt in Simon Jona-zoon en den Christus, die hem riep.
Zoo
eerst
Men dat
kent
we
zijn
schijnbaar argeloos woord
:
hier zijn, en laat ons drie tabernakeleji
„Meester
!
het
is
goed
maken, voor u eenen,
voor Mozes eenen, en voor Elias eenen!" „niet wetende," zoo voegt de Evangelist er bestrattend en ontschuldigend bij, „niet wetende
en
wat hij zeide." In Petrus woord
dus juist het tegendeel van Jezus' bedaad van ontferming en gehoorzaamheid, w^aartoe de Heere door dezen ïweede?i trap van verïiedering (zie het slot van ons 6de artikel) zich aangordde, was juist, niet op Thabor blijven, tiiei het zalige van dit heerlijk oogenblik bestendigen, maar ijlings, dien bergkruin af, nederdalen in die vlakte, naar dien verpletterden maanzieke, en voort, altijd voort, al gingen de baren en golven des Almachtige over Hem heen, tot die andere uitgang gevonden was, die niet hier, maar te Jerusalem Hem wachtte Daartegen nu komt Petrus met heel zijn ziel op. Het is nog „Heer! dit zal U geenszins geschieden," nu slechts in anderen vorm terugkeerend. Het „Sathan! ga achter mij!" moge hem een oogenblik onthutst hebben, maar toch, de grondgedachte zijner ziel blijft één We weten, ze bleef dat nog, tot in de Paaschzaal, tot bij Kedrons beek, tot in des hoogepriesters hof, tot na Golgotha. Eerst de opstanding heeft Petrus met „den uitgang te Jeruzalem" verzoend. Vatten we dus zijn uitroep juist, we zouden dien dan liefst in dezen vorm ver„Zie, Heer dat is het nu, wat mijn hart U heeft toegebeden tolken Laat varen dan die noodlottige gedachte van naar Jeruzalem gaan en Duld het slechts dat we voor U en veel lijden van de overpriesters de Godsgezanten tabernakelen bouwen, en blijf hier!" Toch is het niet een eigenaardige zondige trek van Petrus' karakter, die zich hier uitspreekt. Dan zou geen stem uit den hemel ze met zulk een majesteit bestraften, Neen, wat zich hier in Petrus hooren laat, is eenvoudig de groote tegenstelling tusschen ons en den Christus, tusschen '.s menschen weg en den weg Gods. De Heere wil ons in de heerlijkheid inleiden, en ook wij zoeken die heerlijkheid te beërven, maar wij willen ze, en ziehier de tegenstelling, nu reeds grijpen en in dit aardsche leven intrekken, terwijl naar Gods Aveg de heerlijkheid eerst daar boven kouit, nadat men bier het lijden heeft aanvaard. Men noemt dit wel met een vreemd Avoord, dat de mensch anticipd'rcn wil op wat hem eerst in de toekomende bedeeling is toebeschikt. D. w\ z. hij zoekt zich nu reeds gereede munt te doen geven op de erfenis, wier uitdeeling nog toeft. sluit.
De
spreekt
ernstige
heilige,
!
:
1
!
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's