Dat de genade particulier is - pagina 205
195 nooit iets anders willen kan,
dan datgeen wat overeenkomt met zijn natuur en Wezen. Ten leste is dus dat Wezen Gods de grondslag van alle ding. Dat Wezen Gods nu is, zooals het is. Dat buigt niet in en wijkt niet uit. Dat is eeuwig wat het is. Jehovah „Ik zal zijn die Tk zijn zal." De Heere onze God! Dat Wezen Gods is dus wel terdege aan zichzelf gebonden. „Hij kan zichzelf niet verloochenen," geldt ook van den Drieëenigen God. Aan dat Wezen Gods nu is onlosmakelijk en naar vaste wetten zijn wil vastgelegd. Op dien wil rust zijn besluit. En dat besluit wordt uitgevoerd met middelen, die wederom gebonden zijn aan vaste ordinantiën welke ordinantiën weer op dienzelfden bodem van het Wezen !
;
Gods
rusten,
waaruit
mee
die
Wil opkwam, die zich stereotypeerde in
zijn Besluit.
Er
maar
is
een
dus
hoegenaamd van aan, dat er in het Besluit ook schaduw van willekeur bestaan zou of ook maar
niets
schijn
of
een zweem van toeval zou heerschen. Alles gaat zooals het moet, in de vaststelling zoowel als bij de uitvoering van Gods Raadsbesluiten. En dus zijn we, op grond der kennisse die ons het Woord aangaande het eeuwige Wezen schenkt, gewis, dat de zonde zoo allerschrikkelijkst en ontzettend is, dat God de Heere tegenover haar ontzaglijke nawerkingen en doorwerkingen, uitverkoor en ten leven brengt allen en een iegelijk, die Hij uitverkiezen en ten leven brengen kon, en dat alleen zij verworpen en ge-
hun verderf, die verloren gaan moesten. op den voorgrond stellende, dat Gods genade ganschelijk ongehouden was, en de verkiezing niet plaats had uit eenige de minsie aanmerking van eenige onzer verdiensten of ook voorgezien geloof, of ook mindere boosaardigheid of ook lagere verdoemelij kheid, aarzelen we alzoo geen oogenblik uit te spreken, dat desniettemin ook bij de verkiezing alle willekeur en toeval moet uitgebannen, en ook hierbij dus te denken is aan een, ons volstrekt onbekenden regel of oorzaak, die uit het Goddelijk Wezen voortvloeide, en in verband met de schrikkelijkheid der zonde, den wil Gods óók bij het verkiezen en verwerpen, van alle ordeloosheid of schijn zelfs van wreedheid laten zijn in
Vast
vrij
hield.
Kr gaat er geen verloren die kon
geven we nimmer
Rn
men:
behouden worden. Die overtuiging
prijs.
dan toch God zelf niet de menschheid zoo en dan antwoorden we gerustelijk: „God heeft de menschheid niet anders kunnen scheppen dan Hij ze schiep. Het scheppen van een mensch naar Gods beeld bracht op zich zelf de ijslijke ontzettendheid van al deze gebeurlijkheden met zich!" En dringt men dan nog verder door en zegt men: „Waarom dan menschen geschapen?" of „waarom dan geen lao-er menschensoort vraagt
alzoo geschapen
of
had?
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's