Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 177

3 minuten leestijd

167 II.

ÉÉN GODSOPENBARINa DOOR HEEL DE Door

zijn

liefde

SCHRIET.

en genade heeft Hij hen Jesaia

verlost.

LXIII

:

9b.

Gods is ons van noode; noodiger dan het leven, want meer dan dit, het is eeuwig leven, dat uit die kennisse Gods onze ziel toevloeit. Yoor niets anders zijn we, bestaan we, ontvingen we ons aanzijn. De Vader der geesten wilde niet slechts heerschen als Koning, zijn licht uitstralen, zijn leven doen iiitstroomen, maar ook gekend worden; gekend worden in zijn deugden en heerlijkheden, in zijn aanbiddelijkheid en majesteit; gekend worden met die diepgaande, doordringende, het wezen zelf peilende kennisse, die geen vrucht is van verstandsbegrippen, maar van de onderzoekingen zijns eigen Heiligen Geestes in het hart, dus van ervaring des levens. Wel is Hij „een God, die zich verborgen houdt" (Jesaia 45 15), maar „de Geest Gods onderzoekt alle dingen, Kennisse

het

is

:

ook de diepten Gods"

10;. Alleen bij het koesterend (1 Cor. 3 Heiligen Geestes wordt dus die Kennisse Gods, die leven is en leven uitstort, in 's menschen bewustzijn gekweekt. Schriftonderzoek, tot de kennisse Gods niet leidend, is dus in het water geworpen brood, een arbeid ten koste gelegd aan wat niet verzadigen kan, moeite om niet besteed, onvruchtbaar en ijdel. Wie genoeg heeft aan ideën over God, die hij uit de hand der wijsbegeerte, of aan stellingen over den Eeuwige, die hij uit het kort summier eener Belijdenis genomen heeft, kan met den botten sikkel de halmen der Godskennis (die op het Schriftveld ruischen) voor een oogwenk ombuigen, maar niet afmaaien en oogsten en blijvend in zijn schuur verzamelen. Uitgegaan om in te zamelen, keert hij ledig weer. Dan eerst wordt de Schrift ons Schrift, als we, naar kennisse Gods dorstend, en toch Hem niet kennend, ons gezeggen laten, dat in die Schrift zijn kennisse verborgen ligt; en we nu tot haar treden, niet slechts om wat we reeds vermoedden bevestigd te zien, veel min om onze gissing, die onheilig is, in die Schrift in te dragen, maar uit haar op te delven, uit haar te gewinnen, uit haar ons toe te eigenen een kennisse, die onze ziel niet had. Schriftonderzoek heeft dan eerst waarde, zoo het onzichtbare, het hoogere leven, het Koninkrijk des Zoons, ja Hij zelf en in Hem de Vader, ons boeit, ons inneemt, onzen zin en ons denken geen rust laat, en we nu, naar Hem met de ziel uitgaande, aan de tempeldeuren der Schrift aankloppen, wetende dat in haar verborgenst het Woord gesproken, het orakel gefluisterd wordt, dat ons het Beeld des Onzienlijken beschrijft. licht des

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's