Heils termen - pagina 43
33
want alle reiniging van wat dood of krank, van wat doorgetrokken bezoedeld of besmet was, bedoelde in den grond der zaak geen andere onderscheiding, dan die het leven van den Schepper vrijwaart voor de aanraking met den dood des zondaars. Ook tot in de dierenwereld, ook tot in het stoffelijke leven gaat die scheiding door, niet om zinnebeeldig die scheiding voor te stellen, maar wijl allerwege in de Schrift de nauwste samenhang erkend wordt tusschen ziel en lichaam, tusschen wat geestelijk en wat stoffelijk is, tusschen de zichtbare wereld en de onzichtbare kracht die haar beweegt. De vloek der zonde roofde niet slechts aan het hart zijn reinheid, maar nam ook de schoonheid der aarde weg. Ook het stoffelijke is dus werkelijk onrein, en moet, zal het voor God komen, het bad der reiniging ondergaan. Eerst in de opstanding van den Zone Gods is ook het lichaam weer tot heerlijkheid gebracht, en eerst na die opstanding kon dus de Heilige Geest woning maken in den ;
mensch. Daaruit verklaart het zoo uiterst zelden wordt, en dat de
dat de Naam van den „Heiligen Geest" boeken des Ouden Testaments gevonden Openbaring des Geestes veeleer uitsluitend wordt
in
zich,
de
met den Naam „de Heilige Israëls," die ontallijke malen, vooral in het boek der Psalmen en in Jesaia's Godspraken ons tegenkomt. Alleen in Israël is Hij de Heilige, omdat alleen op Israëls erve aangeduid
door „zijn rechten en inzettingen," de grenslijn tusschen wat heilig en onheilig is, zichtbaar werd, iVlleen in Israël is door de werking van 's Heeren Geest, die innige teederheid van Gods verborgen omgang aanvankelijk doorleefd, die niet Gods heiligheden gemeen maakt, maar juist aan de scherpste onderscheiding tusschen Heilig en Onheilig haar kracht ontleent. En daarom, alleen aan den Ziener uit Israël kon het inzicht in die heerlijkheid des hemels gegund worden, waar alle Seraf den lof des Eeuwigen jubelend uitroept, zeggende: „Heilig, Heilig, Heilig is de Heere der Heirscharen, de gansche aarde is van zijn heerlijkheid vol" (Jesaia 6 3). Ja zoo machtig is die heiligheid des Heeren aan dat Israël gebonden, dat de „Geest van Christus," die in David het lijden van den Messias voorteekent, in zijn stervensangst nog uitroept: „Maar Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls !" Nooit mag dus de gedachte van heiligheid in dien zin verzwakt worden, alsof er slechts een hoogere trap van zedelijk leven mee bedoeld ware. Men is „heilig" of „onheilig." Alleen in den zondigen mensch komt het op, om zich een middengebied te denken, en van „heiliger" in vergelijkenden zin te spreken (Jesaia 65 5). Het heilig of onheilig zijn hangt niet aan onze ontwikkeling, maar aan de inwerking des Heiligen Geestes in ons en in ons leven; en de groote beteekenis van de Openbaring van den „Heilige Israëls" aan zijn volk, moet dus daarin gezocht worden, dat door die Open:
:
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's