De leer der Verbonden - pagina 32
!
23
dan nog,
Wat zou
vragen we met nadruk, wat zou dit u verder brengen? u nutten? Welk een troost zou dit u brengen in leven
dit
en in sterven? Ge wist dan: ren.
Zie,
er is
Naar dien raad gaat
een raad Gods het.
Maar
tot
of ik,
behoudenis van zonda-
of mijn lieve vrouw,
of
mijn liefste kind, of mijn beste boezemvriend, in dien raad ten leven opgeschreven zijn, dan wel door dien raad zijn voorbijgegaan, dat, dat eenige waar het voor ons op aan zou komen, dat weet ik niet. Want verzegeld is het boek, waarin de namen der kinderen Gods staan opgeschreven. En geen onzer, zelfs de allerheiligste, is in dit leven bekwaam, om die zegelen te ontsluiten. Die zegelen ontsluit eerst het Lam in den dag des eeuwigen berouwens of der eeuwige vreugd.
Wat
zou ik dan nu verder kunnen of moeten doen? stil neerzitten. Wachten in doodelijken angst. Wenschen, bidden, dat het morgen met de wereld maar gedaan mocht wezen, opdat zonder langer beiden én langer vreezen, het raadsel opgelost en de zaak beslist en het lot van alle bange ziel uit mocht gemaakt zijn. Een bange onzekerheid is de schrikkelijkste foltering. Of waar die dag toeft, en ik dus wel geperst en gedrongen word, om al de maanden en dagen mijns levens in die ontzettende onzekerheid te blijven voortleven, daar is het maar niets anders, of ik eindig met voor dien schrik des Heeren geheel ongevoelig en verstompt te worden. Want vergeet niet, men went aan alles Dat wil hier zeggen, eens menschen ziel heeft geen spankracht om zulk een ijselijke spanning lang uit te houden. En daardoor komen dan die onheilige, niet genoeg te veroordeelen toestanden; dat men, hetzij op den preekstoel, hetzij in de binnenkamer telkens die ontzettende woorden van „dood en verdoemenis", van „eeuwigheid en oordeel" op de lippen neemt, zonder dat ons hart er iets noemenswaard meer bij gevoelt. Men hoort wel eens zeggen: „Die man heeft mij doodgepreekt!" en daar steekt dan tweeërlei zin in. Vooreerst, dat die man derwijs
Immers
aangewend zonder maat of soberheid, de indrukwekkendste, woorden altijd weer te herhalen, dat ze in mijn oor ten langen leste als een klinkend metaal zijn geworden, waarvan de klank zich heeft
heiligste
geheel buiten mijn hart omging. En ten andere, juist door dat overmatig gebruik van het heiligste, is hijzelf allengs er toe gekomen, om deze ontzettende woorden zóó te bezigen, dat het buiten zijn hart en zijn besef omging; zoodat dusdoende noch hij die sprak noch hij die hoorde, als er van de hel en de eeuwige pijn en het onuitblusschelijk
vuur gesproken werd, ook maar van verre meer aan een dezer ontzettendheden dacht. Juist uit dien hoofde k;iu er dan ook niet ernstig genoeg op aangedrongen, dat men den „raad" Gods toch late blijven wat hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's