Het heil in ons - pagina 136
126
—
en oordeelt dan zelven of er niet alleszins oorzaak is, om uitlegging van den onwedergeborene, ook die nieuwmodische van den „ingezonken Christen" voor altijd bij dit wonderbaar kapittel te laten varen? Och, de fout van al deze onhoudbare uitleggingen lei maar daaraan, dat men, met dit uit het bloed der ziel geschreven hoofdstuk voor zich, hoven Paulus ging staan, in plaats van zich ver en diep heneden hem te stellen. Het overspannen dwepen met kritiek heeft nu eenmaal in onze dagen de ziel blijkbaar toegeschroeid voor de heiliger aandoeningen van bewondering en hulde, en zoo pleegt dan ons geslacht, en wij er onder, zich voor een woord van dezen uitnemenden apostel des Heeren te stellen, alsof wij er nu het onze eens van moesten zeggen; als zou onze goedgunstige uitlegging de wat harde en krasse taal van dezen auteur wat te hulp komen; en als moest Paulus het zich voor zoo gewichtigen dienst dan ook laten welgevallen, dat we hem ons dachten in een laag-geestelijken toestand, waarop wij van onze vermeende hoogte dan eens konden neerzien. Welnu, zet dat onprofijtelijke gevoel dan nu eens van u. Weet u aan dat drijven onzer eeuw, om altijd te critiseeren, eens te onttrekken. En onderwerp u eens liever, dan altijd anderen te willen onderwerpen aan uw eigen geest. Breng het u weer eens te binnen, dat het een apostel is, die tot u spreekt, een heilige apostel, dat wil zeggen, een gansch uitverkoren vat, dat de Vader, in zijn eeuwige liefde voor den Zoon, dien Zoon bereid had de man, die verwaardigd werd met de heilige verschijning van Damascus' weg; de koene denker, wiens denken het eerst geheiligd is, om al de diepten van het bloed der verzoening en al de hoogten van de krachten der opstanding in te denken; de Evangelist van twee werelddeelen de stichter van het Christendom in Europa; een kerkvorst, die geroepen om van de Schriften des Nieuwen Verbonds voor zich alleen de helft met de vruchten van zijn pen te vervullen, door die brieven een vorst der kerke voor alle eeuwen en ook voor onze ziel gebleven is. o, Leef daar weer eens in, zoo ge het kunt, en zeg het nogmaals aan uw eigen ziel, dat de auteur van dit stuk een kroon boven veler kronen nu reeds bij den Heere heeft. Ja, herinner het u bovenal, dat wie door dien apostel tot u spreekt, niet is een zekere geest van Israël noch ook een zekere geest van de eerste gemeente, maar God de Heilige Geest zelf. En immers, ge verwerpt ijlings, met de zalige hadden, met de
oud-pelagiaansche
;
;
genieting
der
ten
volle
overtuigden,
eiken voorslag, elke uitlegging
en elke sfeer van gedachten, waarin het voor mogelijk wordt geen dat toch houden, dat in dezen hoeksteen der Heilige Schriftuur tusschen kapittel zes en is de brief aan de Eomeinen, niet waar? acht in, eenige andere zielservaring als uit het heden ook maar zou
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's