Het heil ons toekomende - pagina 43
33 de hand aan het heilige slaat, werkt met vuur. Het heilige is vuur, Jezus zelf noemde het zoo, toen Hij zijn zending omschreef, als een komen „om te doopen met den Heiligen Geest en met vuur." Elk schepsel onder de kinderen der menschen zal of hier op aarde „met vuur gezouten worden," of in den dag des oordeels „door vuur worden verteerd." De Driemaal-heilige zelf heet een „verterend vuur," en zijn machtig, onweerstaanbaar woord is den profeet als een „vuur in zijn beenderen." Wat is nu de werking des vuurs? Een dubbele.
Die
een
als
Het vuur behoudt of verteert. Zoo nu ook het vuur des Heiligen. Het
heeft eenerzijds kracht ter verzoening en ter behoudenis, anderzijds ten verderve. Verzoenend werkt het vuur dat door den seraf van het altaar wordt genomen, om Jesaja's onreine lippen te zuiveren. Louterend werkt het vuur onder den smeltkroes des lijdens. Nog in den jongsten dag zullen er „behouden worden als door vuur.", Maar ook het vuur des Heiligen verteert. „Met vuur," zegt Jesaia, „zal de Heere in het recht treden." „Hij zal doorbreken als een vuur en zijn wagenen als een wervelwind, om met grimmigheid zijnen toorn hiertoe te wenden en zijne schelding met vuurvlammen." Daarom heet ook het lijden der eeuwige verdoemenis een lijden „des eeuwigen vuurs," een verkeeren in „het vuur dat niet uitgebluscht wordt," wijl ook het volstrekte verderf nog een ervaren is van het heilige Gods. Dat geestelijk vuur nu is in Gods Woord besloten, en in het Woord dat bij God en God was, in den Christus geopenbaard. Prediking van dat Woord, prediking van dien Christus, oefent
daarom Zijn
kracht.
altijd
Woord
gaat
en
uit
keert
niet ledig weder, het doet al wat
Hem
behaagt. Toch is het
reddende
onloochenbaar,
behoudende
en
gereduceerd. Hierin echter vergist
Men dat,
te
men
dat zijn,
die
kracht
vaak,
verre van een
veeleer schijnbaar tot niets wordt
zich.
heeft het oog uitsluitend op een zegenende werking, en waant,
waar deze
Twee dingen
uitbleef,
verliest
van geen werking met
men
hierbij
al'
sprake kan
zijn.
uit het oog.
gansch de Schrift uitdrukkelijk van een verstokking werkt. En ten andere, dat de Christus gesteld is niet slechts ter opstanding, maar ook ten val. Dat de Heilige Schrift een prediking ter verstokking kent, is met het kapittel van Jesaia's profetische roeping voor oogen, volstrekt onloochenbaar. Niet in bedekten term toch, maar met de klaarste bewoording, wordt het uit de heiligheden des hemels den zoon van Amoz toegeroepen „Ga henen, en maak het hart dezes volks dik, en Vooreerst,
prediking
dat
er
sprake
is,
door die
:
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's