Het heil ons toekomende - pagina 72
62 komst, toch moet n\i reeds op aarde zulk een verKoninkrijk aanwijsbaar zijn, dat wat eens komt met den jongsten dag, in het bestaande geworteld zal blijken. Er kan noch mag derhalve sprake zijn van een „op zichzelf staan," een drijven op eigen wieken, een in geestdrijverij zich van allen afzonderen. Men heeft met den Christus niet van doen, tenzij men een Bijk wille, een Rijk zoeke, en zich bewust zij door oorsprong en bestemming tot een Rijk te behooren. Niet om een afgetrokken begrip van „zaligheid," niet om overspannen idealen van heilige vreugde, niet om een veilig toevluchtsoord aan gindsche kusten, gaat de wedloop, maar om den ingang in het Koninkrijk. Niet als bedoelde de Schrift met dat Koninkrijk slechts een welgekozen vorm, een geschikt hceld om ons de zaligheid voor te stellen. Yerre van dien. Het „Koninkrijk" is nabij gekomen, dan is hiermee verklaard, dat dit Koninkrijk het eigenlijke, het 's
Heeren
schijning
tweede
van
dit
.
het voltooide is van wat 's menschen hart ooit als zalig gedroomd kon hebben. Dan ligt hierin uitgesproken, dat er geen andere zaligheid, dan in den vorm van het Koninkrijk denkbaar is; wezenlijke, zicli
Koninkrijk even vast bij ons behoort als wij voor dat dat Koninkrijk geschapen zijn; dat slechts voorsmaak, nog niet het wezen der zaligheid ervaren wordt, zoolang men in dat Koninkrijk niet inging, en dat derhalve in dit schijnbaar toekomstige beeld het alles afdoend karakter geteekend ligt. waarin voor alle heil en heerlijkheid het pit schuilt en het kenmerk. Dit leidt vanzelf tot de Gemeente. De Gemeente is de openbaarwording van het Rijk van Christus op aarde. Ze vormt den grondtrek voor geheel het Christendom in zijn levensontplooiing voor deze bedeeling. Aan de Gemeente hangt het al. De Gemeente is de gemeenschap van mensch en mensch, voor zoover ze in Christus vereenigd zijn. Het tegenovergestelde van het „op zichzelf staan." De niet door menschen gestichte, maar uit Christus gewrochte eenheid zijner belijders. Op haar wijst de Heer daarom onmiddellijk, zoodra er sprake komt van de Sleutelen des Hemelrijks. „0/j u zal ik mijn Gemeente bouwen.'''' Ze zal niet uit zichzelve ontstaan, niet vrucht van menschelijk dat
—
Hij zal ze bouwen, tot ze of willekeur des geloof s zijn. voleind zij. Legging der grondslagen, optrekking der muren, vasthechting van kroonlijst en gevelspits, kortom, al wat tot het bouwen behoort, zal de bouw voltooid zijn, van Hem gaat het uit. Hij doet het. Een Gemeente ontstaat niet doordat hier en ginds één bekeerd wordt tot het geloof en die eenlingen goedvinden zich saam te voegen. Ze is geen genootschap, noch vennootschap, geen vereeniging noch verbond, in den gangbaren zin dezer woorden. De Gemeente is een overleg
kunstwerk can Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's